Reistest: KTM 790 Adventure

De langste Jean Le Motard test ooit bracht me van het Zwarte Woud via de Dolomieten naar de Franse Alpen. Daarna werden de Gorges du Verdon gerond en de Pyreneeën zigzaggend doorkruist. Alles samen legde ik in 17 rijdagen 7042 km af.

Dat deed ik op de meest gehypete motor van 2019: de KTM 790 Adventure. Het werd een verhaal van haat en liefde, van afstoten en aantrekken. Een verhaal ook van extase en van hoge toppen scheren. En uiteindelijk een verhaal van spijt. Spijt dat ik afscheid moest nemen van deze polariserende motor.

Eerste indruk

Het begint niet goed, mijn relatie met deze KTM. Ik had er reikhalzend naar uitgekeken om deze nieuwe Oostenrijker in levenden lijve te zien, maar tijdens onze eerste ontmoeting op het Autosalon van Brussel stelt hij me teleur: ik vind hem niet mooi en met zijn uitstulpende tank ziet hij er raar uit. Is dit de motor die de adventureklasse op zijn kop gaat zetten?

Bagage

De bedoeling van mijn reis is om zo vaak mogelijk op campings te overnachten en geregeld zelf te koken. Er moet dus redelijk wat bagage mee.

KTM had de 790 geleverd met kunststoffen koffers. Die zien er best gelikt uit en laten zich makkelijk monteren op de mooi geïntegreerde kofferhouders. Maar ze openen langs opzij en hebben een erg rare vorm binnenin zodat je moeilijk hun volledige inhoud van respectievelijk 35 liter links en 27 liter rechts kan benutten.

Aluminium koffers die langs boven opengaan hebben dan wel een apart rek nodig, ze zijn veel handiger in gebruik en je kan het rek gebruiken om van alles aan vast te sjorren. Wil je dingen vastsjorren aan de passagiershandgrepen van de 790, dan heb je pech. Ze zijn open langs één kant waardoor een rekker of strap er zo weer af schuift. Buiten dat euvel zijn ze uitstekend vormgegeven en van een aangenaam antislipmateriaal gemaakt. Perfect voor je duo of om zelf met de hand de motor te manoeuvreren.

Na wat puzzelwerk belanden drie roltassen met kampeermateriaal bovenop de duozit en worden de koffers gevuld met de lichtere dingen.

Tweede indruk

Mijn tweede indruk krijg ik tijdens de 400 km autostrade waarmee de reis begint. Samen met Jean rijd ik vanuit Luxemburg naar het Zwarte Woud. Motormaat Tony sluit daar bij ons aan voor vier dagen rondtoeren.

Die lap autostrade zorgt ervoor dat mijn tweede indruk niet veel beter is dan mijn eerste. Door de overmatige trillingen, het beenharde zadel en de turbulenties rond mijn hoofd arriveer ik in het Zwarte Woud met tintelende vingers, een slapende balzak en suizende oren. Moet ik hier nog 7000 kilometer op afleggen?

Looks

Is deze rare KTM nu mooi of niet? Het is tijdens onze eerste avond in het Zwarte Woud Lees verder

Test: BMW S 1000 RR

Wanneer je thuiskomt met een testmotor en je tienjarige zoon roept enthousiast dat “dat zo ene is als bij de Superbikes!”, dan weet je dat je op een speciale machine zit. Of dat je te veel samen naar motorraces kijkt.

We spoelen terug naar een paar uren daarvoor. Bij BMW staat de nieuwe S 1000 RR me op te wachten. Getooid in de prachtige Motorsport-kleuren die je enkel met het optionele M-pack kan krijgen. Hij staat op superlichte M-carbon wielen en heeft een lichtere M-batterij. Een geborduurde M tooit het zadel. Om maar te zeggen dat dit de sportiefste RR is die je kan kopen. Bij de auto’s van het Bayerische merk is die M mythisch, en vanaf nu ook terug te vinden bij de Motorräder.

De S 1000 RR is tevens uitgerust met het Dynamic pack. Dynamiek heeft hij al in overvloed dus betekent dit pack bij de RR dat hij cruisecontrol en verwarmde handvatten heeft. Je zou bijna denken dat je er lange afstanden mee kunt rijden. Ook in het Dynamic pack: DDC, BMW’s Dynamic Damping Control van de nieuwste generatie. In mensentaal: semi-actieve veringen.

Het is onbegonnen werk om hier alle elektronische snufjes die op de nieuwe RR zitten uit de doeken te doen. De belangrijkste zijn de rijmodi: Rain, Road, Dynamic en Race. Afhankelijk van de modus (al rijdend te kiezen) worden al die snufjes automatisch anders afgesteld.

Met de optionele Rijmodi Pro komen er – speciaal voor de circuitrijders – nog een Race Pro 1, Race Pro 2 en Race Pro 3 bij. Bij deze rijmodi kan je alle mogelijke instellingen volledig zelf regelen. Dat gebeurt via BMW’s bekende multicontroller (aka het draaiwiel) waarmee je door het intuïtieve menu van het 6,5 inch TFT-scherm scrolt. Dit scherm vind ik nog steeds het beste van Lees verder

Kort getest: BMW R 1250 GS Adventure

In de verkoopcijfers staan BMW’s dikste GS en diens grote broer, de GSA, steevast hoog in de top tien. Dat verbaast me keer op keer. Niet in de laatste plaats door de stevige aankoopprijs (daarover later meer) maar ook door de afmetingen van beide motoren. Daarbij lijkt vooral de R 1250 GS Adventure een echte mastodont. Hoog, breed en 268 kg rijklaar: da’s heel veel motorfiets voor een doorsnee persoon.

Toen BMW totaal onverwacht vroeg of ik een 1250 GSA wou testen, zei ik zonder nadenken “Ja, gerne!”. ‘t Was pas achteraf dat ik besefte dat het om die mastodont van een GSA ging. Spannend!

De GS Adventure die voor me klaarstond was er een in prachtige Style HP livrei. Naast gouden kruisspaakwielen en een rally zitbank heeft die de BMW Motorsport-kleuren en dat vind ik de mooiste versie die er is.

Vooraleer er mee te rijden duurde de introductie van alle instelmogelijkheden wel even: BMW had de motor uitgerust met zowat alle mogelijke optionele packs. Het Comfort pack bevat een verchroomde uitlaat, verwarmde handvaten en bandenspanningscontrole. In het Touring pack zit Dynamic ESA ophanging, keyless ride, navigatievoorbereiding, cruise control, mistlichten en kofferhouders voor metalen koffers. Ook het Dynamic pack zat er op en dan krijg je een quickshifter (up en down), rijmodi Pro, dagrijlicht en witte knipperlichten.

Al dat lekkers is makkelijk in te stellen via enkele knoppen op het stuur en via het bekende draaiwieltje, en is af te lezen op het prachtige standaard 6,5 inch fullcolour TFT-display. Er stond ook een SOS-knop op deze GSA, waarmee je de hulpdiensten onmiddellijk kunt verwittigen, ook als je niet zelf betrokken bent bij een ongeval.

Ik reed met de GSA naar Lees verder

Test: Triumph Speed Twin

Met de Speed Twin herintroduceert Triumph een van de meest illustere namen uit haar geschiedenis. In 1937 lanceerde Triumph de Speed Twin 5T, de eerste serie-geproduceerde 500cc parallelle twin en een voorbeeld voor vele andere twins die zouden volgen. De “new” Speed Twin past in Triumph’s rijtje modern classics mooi tussen de Street Twin en de Thruxton. De looks hebben ze duidelijk afgekeken van de Street Twin, voor de prestaties is Triumph gaan shoppen bij de Thruxton. Het resultaat moest een moderne retro motorfiets worden met de stuurkwaliteiten van een naked. Is ze dat ook gelukt?

Met de looks zit het goed. Wat een beauty! De Speed Twin oogt even klassiek als de Street Twin maar kan zijn sportieve ambities niet verstoppen: gewicht op de neus, licht naar voor gekantelde tank, hoge kont. Na nog wat beter gekeken te hebben kan ik het kwijlen maar moeilijk onderdrukken.

Het prachtige blok, met de cilinders langs alle kanten mooi zichtbaar, de ononderbroken uitlaten, de geborstelde aluminium onderdelen, en die paintjob! Al vind ik Lees verder

Test: Benelli TRK 502

Benelli kent een bewogen geschiedenis. In 1911 opende mama Benelli een werkplaats in Pesaro, waar haar zes zonen auto’s en motoren repareerden om brood op de plank te brengen. Vaak fabriceerden ze zelf onderdelen en in 1921 was er dan de eerste volledige Benelli motorfiets.

Tijdens WO II werd de fabriek plat gebombardeerd. De broers gaven de moed niet op en rond de helft van de vorige eeuw kende Benelli het ene sportieve succes na het andere. Hoogtepunt was het behalen van de titel in het wereldkampioenschap 250 cc met Dario Ambrosini aan het stuur.

In de jaren 60 en 70 ging het Benelli voor de wind, maar sterke Japanse concurrentie dwong het merk in 1988 op de knieën. In de jaren 90 kwam Benelli in handen van de Merloni groep en brachten ze legendarisch klinkende motoren uit als de Tornado en de TnT 1130. Maar opnieuw was het succes niet van blijvende duur.

In 2005 werd Benelli overgenomen door de Chinese groep Qianjiang en werd het even stil. Bij ons althans, er werd gefocust op groeimarkten als India en zelfs Iran. Op de EICMA in 2015 stelde Benelli dan de Leoncini en de TRK 502 voor. Het begin van de wederopstanding?

Kleine ADV

De Benelli TRK 502 is een middenklasse adventure bike die eruit ziet als een grote adventure bike: hij heeft stoere looks, is breed gebouwd en staat hoog op de poten, met een dubbele koplamp boven de typische snavel en uitstekende valbaren (ze steken uit, de kwaliteit heb ik gelukkig niet getest).

Voor spaakwielen en een 19 inch voorwiel moet je bij de TRK 502 X zijn, de gewone TRK heeft 17 inch wielen en is daardoor veel meer baangericht. Met die laatste ging ik vier dagen naar de Eifel en Moezel om te zien of de Benelli TRK 502 een waardig alternatief kan zijn voor de bekendere adventure motoren.

Ergonomie

Het eerste wat opvalt is het raar gevormde Lees verder

Test: Honda X-ADV

Het was op een druilerige winterdag dat ik, mijmerend over het komende motorseizoen, aan Jean liet weten dat ik eens iets anders wilde. Geen doorsneekoek of eenheidsworst. Een specialleke.
“Ik wil een maxi-scooter testen”, zei ik.
Toen werd het even stil, ten huize de redactie.
”Jij wilt een scooter testen?”, vroeg Jean.
“Ja”, antwoordde ik.
“Een scooter?”
“Ja”.
Opnieuw stilte.
“Welke dan?”

Ik ken niks van maxi- of mini-scooters. Op de Brusselse ring laveren ze filterend de file door. In en rond de grote steden krioelt het er van. Dus wou ik wel eens zo’n maxi-scooter testen. Maar welke?

Al gauw kwam ik uit bij de Honda X-ADV. Niet zomaar een scooter, maar eentje die beweert zich in een geheel eigen klasse te bevinden. Een motorfiets met de zithouding en het comfort van een scooter.

Honda deelt de X-ADV in bij zijn adventure-modellen. Het doet dat door de X-ADV enkele allroad-eigenschappen mee te geven: een groter voorwiel dan bij klassieke scooters, instelbare vering voor en achter, uitschakelbare tractiecontrole, handbescherming en een mooi digitaal dashboard in de stijl van een CRF450 Rallye. Het geheel ziet er in ieder geval geslaagd uit, met zijn stoere “armoured” kleurenstelling en geblokte Bridgestone banden.

Motor of scooter?

Al van bij de eerste meters merk ik hoe wendbaar de X-ADV is. Ideaal voor in de stad, hier speelt hij deze scootertroef optimaal uit. Het is wel even wennen aan de zithouding: rechtop en met een breed stuur: dat ken ik van op adventuremotoren. Voeten naar voor en niks tussen de benen: dat ben ik niet gewoon. Lang duurt het niet of ik weet niet beter en gooi de scooter van links naar rechts. Bij een stop aan een cafeetje kan de helm makkelijk in het 21 liter grote opbergvak onder het zadel.

Wanneer ik de stad verlaat en het tempo omhoog kan valt dan weer de stabiliteit op. Hier speelt hij zijn motortroeven uit. Toeren lukt goed met de X-ADV. Het scherm is in vijf standen verstelbaar waarbij niet alleen de hoogte maar ook de hoek wijzigt. De middelste stand was Lees verder

Drie dagen toeren op Gran Canaria

De Canarische Eilanden zijn mijn favoriete lastminutebestemming: redelijk goedkoop, best veel te zien en te doen, en vooral het hele jaar door mooi weer. Ze worden niet voor niets “de eilanden van de eeuwige lente” genoemd. Tenerife, Lanzarote en Fuerteventura had ik al gezien, bleef dus Gran Canaria over.

In mijn zoektocht om ter plekke te kunnen rijden en zo de lange motorwinterslaap wat te verzachten, kwam ik uit bij Canary Motorcycle Tours. Martin en Joy, een Engels koppel, bieden al 7 jaar begeleide motortours aan op Gran Canaria voor een prijs die slechts marginaal hoger ligt dan zelfstandig een motor huren. De toerritten gebeuren in groepen tot maximum 8 motoren.

Canary Motorcycle Tours is gebaseerd in Vecindario, een stadje aan de oostkust van Gran Canaria, op een kwartier rijden van de luchthaven. Er is een winkel-wandelstraat met de nodige cafeterias maar voorts valt er niet veel te beleven. Voor toeristische trekpleisters moet je ergens anders zijn. Boek je een pakket bij Canary Motorcycle Tours dan bieden ze je een 2-sterren- of een 4-sterrenhotel in Vecindario aan. Verblijf je ergens anders dan regelen ze ook je vervoer van en naar het hotel, op voorwaarde dat het niet te ver is.

Na slechts een paar keer heen en weer mailen was alles in kannen en kruiken: drie dagen rijden met overnachtingen in het 2-sterrenhotel. Ik boekte mijn vluchten en een week later zette ik voet op Canarische bodem.

‘s Ochtends werd ik aan het hotel opgepikt door Joy. Eenmaal bij de motoren werd het papierwerk geregeld en kon ik indien nodig motorkledij lenen. De vesten, laarzen, handschoenen en helmen die ze aanbieden zagen er degelijk uit maar ik had zelf mijn motorkledij mee.

In overleg met Martin koos ik de Honda NC750X (hij heeft in totaal 8 motoren, allemaal Honda’s, waarvan ik de CB500X al in Madeira had gereden). De NC750X is volgens de algemene opvatting die ietwat saaie Lees verder