Fotospecial: Brussels Motor Show 2020

Het Autosalon opende vandaag de deuren voor de pers. Wij gingen al even kijken, en niet naar de vierwielers natuurlijk. Ook langsgaan? Kan nog tot 19 januari.

Lees verder

2019: het jaaroverzicht van Jean

28.186 km gereden (14.724 km met m’n BMW F 800 GS, 13.462 km met testmotoren)

84 dagen met de motor gaan werken

8 motoren getest: BMW R 1250 R, BMW R 1250 RT, Ducati Diavel 1260, Harley-Davidson Iron 1200, Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports, Moto Guzzi V85 TT, Triumph Scrambler 1200 XE en Yamaha Tracer 700 GT

3 keer gevallen (2 keer tijdens een middagje pitbike, 1 keer tijdens een endurorit)

2 motortrips gemaakt (Pyreneeën en Zwarte Woud)

2 georganiseerde dagritten gereden (Magic 12 Belgium Rally 2019 en een endurodag)

2 motorshows bezocht (Brussels Motor Show 2019 en Matchlight Motorcycle Show 2019)

2 keer op onderhoud geweest (90.000 en 100.000 km, telkens bij Peter Motor Works)

1 cursus gevolgd (bij Grondpadman)

1 keer gaan pitbiken

0 banden gewisseld (de PiMi-combo is nu wel bijna rijp voor de vuilbak)

0 keer op circuit gaan rijden (snif)

0 ongevallen gehad

Test: Ducati Diavel 1260

Zonder twijfel is de Ducati Diavel 1260 de meest polariserende motor waarmee ik al reed. Nog nooit zoveel reacties gehad op het design van een testmotor. “Mottigste Ducati ooit,” hoorde ik. Maar de haters waren sterk in de minderheid. De loftrompet schalde veel meer. Eén automobilist had zelfs meer oog voor m’n motor dan voor de baan.

De Diavel heeft dan ook een niet-alledaagse look. Een langgerekt, laag lijf, met een gespierde voorkant en het meest in het oog springend: de spatbordloze achterkant. Enkel een nummerplaathouder met richtingaanwijzers, die gelukkig tijdens regenritten een natgesproeide rug voorkomt. Dankzij de enkelzijdige swingarm aan de linkerkant en de korte uitlaat kan je aan z’n rechterkant onmogelijk naast dat indrukwekkende achterwiel kijken.

Op foto wist ik de Diavel niet onmiddellijk te appreciëren, maar in levenden lijve overtuigde z’n design me makkelijk. De afwerking is ronduit top. Ook al is z’n look niet je meug, je kan niet ontkennen dat de designers uit Bologna veel liefde in dit ontwerp stopten. Kijk maar ‘s naar fraaie details zoals de paneeltjes in geborsteld staal, de knappe pinkers vooraan of de rood oplichtende knoppen op het stuur (wel jammer dat de lettertjes op die knopjes niet transparant zijn zodat ze ‘s nachts niet mee oplichten). Lees verder

Fotospecial: Distinguished Gentleman’s Ride Genk

Zondag sprongen wereldwijd duizenden motards op hun stalen ros, want het was – voor de achtste keer al – Distinguished Gentleman’s Ride. Doel: het onderzoek naar prostaatkanker onder de aandacht brengen, er geld voor inzamelen en intussen een leuk toertje rijden, liefst in een distinguished gestylede outfit.

Fotograaf Michele Micoli ging voor ons naar de Genk Ride en schoot deze plaatjes:

Lees verder

Verslag: Magic 12 Belgium Rally 2019

Over de Iron Butt Association (IBA voor de vrienden) hebben we het hier al eerder gehad. De Iron Butt Rally in de States is hun meest spraakmakende langeafstandsrally (11 dagen lang!), maar ook elders worden geregeld rally’s georganiseerd. Want naast de Amerikaanse IBA zijn er afdelingen in onder meer Zuid-Afrika, India, Brazilië en Australië. Dichter bij huis vind je IBA’s in Ierland, de UK, Finland, Zweden en Duitsland. En het is die laatste die op 7 september de Magic 12 Belgium Rally had georganiseerd.

Het opzet van een Magic 12 Rally: in maximaal 12 uur tijd zoveel mogelijk punten verzamelen door vooraf bepaalde locaties aan te doen. Het Duitse team ging deze keer de exotische toer op en koos voor het Belgische grondgebied als actieterrein. Ik dacht: thuismatch! Ook al was het de allereerste keer dat ik aan een IBA-rit meedeed. Van BMW kreeg ik een 1250 RT mee (bevindingen daarover onderaan dit artikel), dus 12 uur rijden, dat zou zeker te doen zijn.

De voorbereiding

Vijf dagen voor vertrek ontving elke deelnemer een bestand met alle locaties (77 in totaal) en een rallybook. In dat rallybook stond naast een woordje uitleg ook meer info over de locaties.

Alle 77 locaties kon je onmogelijk allemaal in 12 uur aandoen, dus moest je een route uitstippelen. In die route stak je best wat tijd: bij elke locatie hoorde een bepaalde score (van 190 tot 3.450 punten) en een foto-opdracht. Want je moest natuurlijk bewijzen dat je effectief ter plaatse was.

Meestal was die foto-opdracht iets in de stijl van: neem een foto van dit gebouw of dat uitzicht, maar er waren ook “speciallekes” bij. Om de locatie met 3.450 punten te pakken moest je bijvoorbeeld naar een standbeeld wandelen en daar een foto nemen. Een wandeling van 3,4 km! Moest ook op elke foto in beeld: de rallyvlag (die je gewoon thuis kon afdrukken) met daarop jouw startnummer (dat nummer kreeg je pas de avond voor vertrek).

Naast de punten per locatie kon je extra punten scoren door combo’s te verzamelen. Een aantal locaties behoorde namelijk tot gethematiseerde groepjes à la Standbeelden, Bier en Grenzen. Hoe meer locaties van een combo je aandeed, hoe hoger de extra score opliep.

Begint het zweet je al uit te breken om hiermee een route uit te stippelen? Haal er dan maar een dweil bij, want drie dagen voor vertrek kregen we de “minimum requirements” in onze mailbox: zes groepjes van in totaal 24 locaties, waarvan je tijdens de rally minstens één locatie naar keuze per groepje moest bezoeken. Ook weer thematisch opgesplitst: Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig. Eén groepje overslaan kostte je 5.000 strafpunten. Miste je er twee dan was je gediskwalificeerd, of DNF (did not finish) in IBA-jargon.

Met al die info kon het puzzelen beginnen. Mijn oog viel al snel op de Street Art combo: de combo met de meeste locaties (10 stuks) én de hoogste score. Als ik alle locaties aandeed, kreeg ik een bonus van 12.000 punten.

Locaties in MyRouteApp gesmeten: die tien streetartlocaties waren te doen in 12 uur. Nadeel: de locaties van het Lees verder

Test: Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports

In 2016 testte ik de Africa Twin en het enthousiasme liep er toen niet af. Drie jaar later moet ik mijn mening danig bijschaven. Maar ik loop vooruit op de zaken. Eerst het bredere plaatje schetsen.

Het Africa Twin verhaal begon eind jaren 80. Nadat het in 2003 werd onderbroken met de stopzetting van de XRV750 productie, blies Honda in 2016 – na een paar jaar van geruchten en speculaties – de Africa Twin nieuw leven in. De CRF1000L zag het daglicht.

Eerste upgrade

In 2018 kreeg de CRF1000L Africa Twin z’n eerste update én een adventure-gerichte variant: de CRF1000L Africa Twin Adventure Sports.

Even overlopen wat die update inhield. De Africa Twin slankte 2 kg af en kreeg een ride-by-wire gaskraan en een nieuwe, uitgebreidere LCD-display. Het blok won aan koppel in het middengebied dankzij een lichtere balansas en een hertekend in- en uitlaatsysteem. Ook de DCT (automatische versnellingsbak in gewonemensentaal) werd onder handen genomen.

De Adventure Sports mikt (nog meer dan de Africa Twin) op lange, avontuurlijke reizen. Hij heeft een grotere tank (24,2 liter tov 18,8 op de Africa Twin), een hogere ruit, ruimer kuipwerk, stoere valprotectie, een stuur dat ietsje hoger en meer naar de berijder gepositioneerd staat, en 2 cm meer grondspeling dan de Africa Twin dankzij de veerweg die 20 mm langer is. Dat betekent ook dat je hoger zit op de Adventure Sports. Het verstelbare zadel kan op 900 of 920 mm (op de Africa Twin: 850 of 870 mm). Ja, da’s hoog, maar er staat een lager zadel op de optielijst (60 mm lager).

Oh nee, DCT!

Ik ging een paar dagen met de Africa Twin Adventure Sports in het Zwarte Woud rijden om te ontdekken of Honda’s adventurebike écht verbeterd is. Stiekem hoopte ik op een handgeschakeld exemplaar, want in 2016 had mijn eerste kennismaking met de DCT me absoluut niet overtuigd. Lichtjes teleurgesteld ontdekte ik bij het ophalen dat ik een Adventure Sports mét automaat meekreeg.

Die teleurstelling maakte bijzonder snel plaats voor Lees verder