Test: Yamaha FJR1300AS

FJR. Waarvoor staan die drie letters? Fast Joy Ride? Furiously Jumping Rhino? For Jackass Racers? Het antwoord moet ik je schuldig blijven, maar vast staat dat de Yamaha FJR1300 al heel wat jaartjes een vaste plek heeft in het sporttoursegment.

Yamaha introduceerde dit model in 2001 en vandaag bestaat hij in drie versies: de FJR1300A (de basisversie), de FJR1300AE (met elektronisch instelbare ophanging) en de FJR1300AS (alles van de AE plus een semi-automatische versnellingsbak). Met die laatste had ik een date.

Voor de AS, de meest complete FJR toerbuffel, tel je 20.999 euro (BE) / 23.399 euro (NL) neer. Tegenover die stapel centen staat een lijvig pakket: royaal kuipwerk, elektrisch verstelbare ruit, twee mappings, ABS, uitschakelbare tractiecontrole, verstelbaar zadel, zijkoffers, elektronisch instelbare ophanging, semi-automatische versnellingsbak, cruisecontrol, handvatverwarming, led-verlichting, cornering lights, 12v-aansluiting, cardanaandrijving. Met andere woorden: je komt niets te kort.

De FJR leent zich daarmee uitstekend voor lange ritten. De zitpositie op het brede zadel is comfortabel doch heel lichtjes naar het stuur toegebogen. Yamaha verkoopt de FJR1300 als een sporttourer en niet als een zuivere toermachine, dus dat gebuig is toegestaan.

Met de ruit omlaag zit enkel je hoofd in de wind. Doe je ‘m omhoog dan is lichte turbulentie rond de helm te bespeuren, vooral afhankelijk van het verkeer voor je: achter een vrachtwagen krijgt je hoofd meer gedaver te verwerken dan wanneer je over een lege autostrade scheert. Ook een miniem Lees verder

Advertenties

Dubbeltest: BMW F 850 GS versus Triumph Tiger 800 XCa

Dit is de allereerste dubbeltest op Jean Le Motard en een gepaster duo dan de Triumph Tiger 800 XCa en de BMW F 850 GS hadden we daarvoor niet kunnen kiezen. Want zowel Jean als Jan F hebben een verleden met de voorgangers van deze twee nieuwelingen.

Jan F kocht in 2015 een Tiger 800 XCa, waarop intussen 37.000 km staat. Onder meer een allroadtrip naar de Alpen, een modderig weekend in de Ardennen en een weekje Sierra Nevada staan op het palmares van Jan z’n Tiger.

Jean ruilde in 2016 z’n BMW F 650 GS in voor een tweedehands 800 GS. Intussen tikte de teller zo’n 60.000 km aan, onder andere tijdens datzelfde vettige Ardennenweekend of recenter nog tijdens Endurofuns Midzomerrit.

Je kan daarom gerust zeggen dat Jan en Jean ervaringsdeskundigen zijn. Hieronder lees je dus niet enkel een vergelijking tussen de Brit en de Duitser, we kijken ook naar de progressie die dit duo maakt op hun voorgangers.

Pijnpunten

Jean: “Progressie kon er bij BMW zeker gemaakt worden. Hoe graag ik ook met m’n 800 GS rijd – want in mijn ogen is het een uitstekende allrounder – hij heeft wel wat punten die beter kunnen. Voor mij persoonlijk zijn dat:

– De remmen: Op oneffen ondergrond zoals kasseien weten ze vaak niet of ze moeten bijten of het ABS z’n gang moeten laten gaan.
– De vering: Te slap over het algemeen. Op asfalt valt vooral op hoe onwaarschijnlijk hard hij induikt bij een fors remmanoeuvre.
– Het geluid: Daar word je echt niet warm van.
– De power: Best oké maar je begint stilaan te voelen dat dit geen recent ontwikkeld blok is.
– De gasaanname: Beetje last van aan-uit-effect. In combinatie met de vering geeft dat de motor een nogal schichtig karakter.”

Jan: “Het zalige blok, de perfecte versnellingsbak en de geweldige WP-vering maken van mijn Tiger een heerlijke motor. Alleen de windbescherming stoort me al drie jaar. Turbulenties alom! Een aftermarketoplossing bood een beetje soelaas maar het is nog altijd niet je dat. De remmen kunnen ook beter, die zijn nogal sponzig. En als we dan toch bezig zijn: sommigen klaagden dat de Tiger durft stilvallen in eerste versnelling, vooral dan offroad. Is het niet, Jean?

Om te ontdekken of deze pijnpunten op de nieuwe modellen verdwenen zijn, trokken we naar Luxemburg. Daar werden we getrakteerd op een rijkelijk arsenaal weg- en weersomstandigheden. Van zon tot regen, van saaie autostrade tot geweldig bochtenwerk. Geen offroad helaas, want een van de constructeurs zei “nein”.

Van BMW kregen we een bijna full-option 850 GS mee, van Triumph een XCa in standaardplunje.

Jan: “Voor wie er niet mee vertrouwd is: het Tiger 800 gamma is opgesplitst in de straatgerichte XR-modellen en de offroad gerichte XC-modellen. Daarbinnen heb je een aantal uitrustingsniveaus waarvan de XCa op het hoogste (en duurste) schavotje staat. Lees: met de XCa wordt een bezoekje aan de optielijst overbodig.”

Stoplichtsprintjes

Jean: “Terwijl de Tiger op het eerste zicht nauwelijks veranderde, pakt BMW overduidelijk uit met een volledig nieuw model. Daar laat het design geen twijfel over bestaan.”

Jan: “Maar laat ons beginnen met het blok. De 850 GS kreeg een gloednieuwe 853 cc tweepitter met een vermogen van 95 pk. Dat zijn tien pony’s meer dan bij de 800 GS. Er is ook meer koppel: 92 Nm bij 6.250 toeren. Een toename van negen stuks ten opzichte van z’n voorganger, maar belangrijker: de Tiger 800 piekt later en minder hoog: 79 Nm bij 8.050 toeren.”

Jean: “Dat verschil voel je. De 850 GS is een pak vinniger dan de 800 GS. Sterker onderin, feller in de middenzone en meer power in het hogere toerenbereik. Daardoor doet hij veel minder kleine GS aan dan de 800. En ook de Tiger 800 komt in vergelijking minder potent voor de dag.”

Jan: “Zonder grondige Tiger-kennis bespeur je het misschien niet, maar de Tiger 800 kreeg een nieuw scherm, nieuwe lichten, een nieuw dashboard en bedieningsknoppen, nieuwe spiegels en een nieuw geluid. Daardoor had ik echt het gevoel op een andere motor te zitten dan m’n eigen Tiger: als je in het zadel zit, is alles wat je ziet en hoort anders.”

Jean: “Ook het blok is vernieuwd. Triumph beweert dat het een responsievere vermogensafgifte heeft. Is daar iets van te merken, Jan?” Lees verder

Verslag: The Dutch 1000 (editie 2018)

The Iron Butt Association en hun ritten heb ik hier al eens uit de doeken gedaan. Langeafstandsritten tot je kont kapot is. Denk aan uitdagingen als 1000 mijl in 24 uur of alle Amerikaanse staten aandoen in 10 dagen. Toen ik vernam dat in Nederland voor het eerst een gelijksoortige rit werd georganiseerd was mijn interesse dan ook meteen gewekt (en mijn kont begon al te klagen).

The Dutch 1000 heet het evenement. De bedoeling: een vooraf uitgetekende route van 1000 km doorheen Nederland afleggen binnen de 24 uur, en dat via een aantal checkpoints.

Het opzet van dergelijke ritten is niet meteen de mooiste route of de meest kronkelige. De afstand, daar gaat het om, en de uitdaging die dat met zich meebrengt. Hou je het vol, zo lang in het zadel, of gaat je lijf tegensputteren? Ik verwachtte me dus niet per se aan de leukst rijdende route doorheen een fantastisch decor.

De allereerste editie van The Dutch 1000 zou dit jaar plaatsvinden, maar blijkbaar kwam daar wat meer bij kijken dan de organisatie had verwacht, dus werd dit jaar beslist om een “generale repetitie” op touw te zetten: een rit van 500 km, met zo weinig mogelijk autosnelweg.

Laat ik meteen zeggen dat de communicatie rond het evenement nogal chaotisch verliep. Naast de site heb je een Facebook-pagina, -event en -groep. Combineer dat met enthousiaste organisatoren en je krijgt zoveel posts dat de boel nogal onoverzichtelijk wordt. In de week voor de rit werden bijvoorbeeld diverse routes gedeeld, becommentarieerd, aangepast en opnieuw gedeeld. Dat de organisatie niet strak georchestreerd verliep had een verklaring: het was een lastminutebeslissing om dit jaar toch een “halve Dutch” te plannen.

Hoe dan ook kwam uiteindelijk alles goed en stond ik op zaterdagochtend om 8u op de stoep bij Dani, een van de organisatoren. Wie dat wou kan daar ontbijten of gewoon een kop koffie drinken, om daarna naar de startplek te rijden. We waren met een twintigtal deelnemers, waarvan drie Belgen. Vooral allroads en touringfietsen, ikzelf op een BMW K 1600 B die Lees verder

Test: Ducati Scramber 1100 Special

Intermot 2014. Ducati onthult de 800 cc Scrambler, in vier uitvoeringen nog wel. Al snel komen daar nog drie extra uitvoeringen bij én een 400 cc versie. De lifestyle-georiënteerde benadering slaat blijkbaar aan, want op EICMA 2017 introduceert Ducati de Scrambler 1100.

Daarmee zijn de Italianen de Britten mooi voor, want die lanceren hun dikkere Scrambler pas in 2019. Voorlopig is de enige rechtstreekse concurrent van de Scrambler 1100 dus de BMW R nineT Scrambler.

De looks van de Scrambler 1100 wijken weinig af van de 800, die met z’n compacte, smalle bouw een opstapper lijkt, hoewel hij zo helemaal niet rijdt. Bij de 1100 is alles net een maatje groter, zodat hij volwassener oogt. Hij is er in drie uitvoeringen: de “gewone”, de stijlvolle Special en de racy Sport. Samen met het uitrustingsniveau stijgt de prijs: 12.990, 14.290 en 14.990 euro (België), 15.890, 17.190, 17.890 euro (Nederland). Ik ging een weekje cruisen met de Special.

Sexy en gracieus

De Ducati Scrambler 1100 Special richt zich duidelijk op wie z’n scramblers het liefst klassiek lust. De spaakvelgen, aluminium spatborden en het bruine lederen zadel in combinatie met de grijze tank creëren een tijdloze look. De afwerking is zoals we kennen van Ducati: zeer verzorgd. Zelfs de remkabel maakt een gracieuze kromming.

En er zijn nog meer blikvangers. Zoals de mooie koplamp met led-ring en de Born Free inscriptie op de tankklep die we al kennen van de 800 cc Scrambler. Verder zijn er nog de typisch Ducatiaanse, knap kronkelende uitlaatbochten, een fraaie display en dat sexy kontje, met dank aan de dubbele uitlaat en het stijlvolle spatbord. Spatbord mag je letterlijk nemen: een regenrit levert gegarandeerd een bespatte rug op.

Evenwichtsoefening

In vergelijking met het design maakt het motorblok minder indruk. Dat werd Lees verder

Test: Yamaha XT1200ZE Super Ténéré

Flits jezelf even terug naar 1983 en daar staat hij voor je neus: de allereerste Ténéré. Na spraakmakende Parijs-Dakar passages eind jaren 70 besloot Yamaha om hun rallymotor te commercialiseren als een soort allround touringmodel: de XT600Z Ténéré. 43 pk, 595 cc en één enkele cilinder.

Vijfendertig Ténéré-jaren later en er valt geen monocilinder meer te bespeuren in Yamaha’s adventure-aanbod. De laatste, de XT660Z Ténéré, zwaaiden we in 2016 uit, en binnenkort komt er met de gloednieuwe Ténéré 700 een twin bij. De andere twin in de Yamaha hoogpoterrayon: de Super Ténéré.

De Super Ténéré kwam in 2010 op de markt als rechtstreekse concurrent van die andere 1200 cc cardanaangedreven reisenduro: de 1200 GS. Ik ging een paar dagen met de XT1200ZE Super Ténéré toeren in de Vogezen (reisverslag hierzo) om een mening te vormen over Yamaha’s allroader.

De ZE verschilt van de basic Super Ténéré door de toevoeging van een instelbare elektronische vering, middenbok, cruisecontrol en verwarmde handvaten. Die extra’s voel je in de portemonnee: 13.999 euro (BE) en 15.899 euro (NL) voor de XT1200Z Super Ténéré, 16.999 euro (BE) en 18.399 euro (NL) voor de XT1200ZE Super Ténéré. Stevige meerprijs dus.

De standaardconfiguratie van de basic Ténéré is overigens niet bepaald naked: verstelbare zadelhoogte (845 – 870 mm), twee mappings, instelbare tractiecontrole, integraal remsysteem, cardanas, spaakvelgen en verstelbaar ruitje.

Mijn demomotor werd behangen met nog wat extra opties zoals valbaren, bodemplaat, LED-mistlampen en zijfkoffers.

Meer punch aub

Tussen het 19” voorwiel en 17” achterwiel steekt een 1199 cc paralleltwin die 112 pk levert op 7.250 toeren en 117 Nm op 6.000 toeren. Zeker niet de hoogste pieken in het segment. Als je netjes in de buurt van die pieken blijft valt het allemaal wel mee, maar je kan moeilijk ontkennen dat de XT1200ZE wat punch mist. En dat valt nog harder op als je kiest voor de T (van Touring) mapping. In S (van Sport) reageert hij vinniger zonder té aan-uit te worden.

Ook z’n uitlaat mocht wat meer punch hebben. Stationair en vol op de gas klinkt hij best oké, maar daarbuiten kan hij een meh moeilijk onderdrukken. Soms is de Super Ténéré zelfs zo stil dat je even je adem inhoudt om te horen of de motor nog draait.

Voortreffelijke vering

Dat gebrek aan ballen verzacht deze Yam met comfort. Met name de elektronische vering is ronduit voortreffelijk. Rijdend kan je kiezen tussen Soft, Standard of Hard, en stilstaand kan je elk van die drie standen instellen van -3 tot +3. Goed voor 21 gradaties dus. Vind je dat wat karig? Geen nood want ook de belasting kan je (stilstaand) aanpassen: solo of duo, telkens met of zonder bagage. Daardoor verviervoudigen die 21 gradaties tot maar liefst 84 veringinstellingen.

De allerzachtste stand (Soft -3, solo zonder bagage) vond ik Lees verder

Kort getest: Yamaha Niken

Paar weken geleden, een berichtje van Maxxmoto. “Jean, testdag met de Niken. Goesting?” De Yamaha Niken? Dat driewielig creatuur dat online wordt uitgescholden voor Multipla der motorfietsen? En of dat ik goesting had! Want ging Yamaha echt zo’n controversiële machine op de markt brengen als ze er niet rotsvast in geloofden? En de reacties, foto’s en filmpjes na de eerste persintroductie logen er ook niet om. Ik dus, samen met een tiental andere nieuwsgierigen, naar Tubize voor een speeddate.

Hoe je het ook draait of keert, de Niken heeft een merkwaardige smoel. Niet evident om aan die drie wielen te wennen. En een beetje logisch dat mensen afknappen op basis van de looks alleen. Wie wil nu twee wielen vooraan als je een motorrijbewijs hebt? Vooroordelen aan de kant, het halfuurtje theoretische intro uitzitten en dan: rijden!

De eerste meters Lees verder

Vier dagen Vogezen

Na de Alpen vorige zomer zocht ik het dit jaar iets korter bij huis. Minder vrije dagen, vandaar. Op aanraden van Jan F voor de Vogezen gekozen. Die deed me ook een tip cadeau: Motorhotel & Camping La Mouche in Le Clerjus, aan de zuid-westelijke kant van de Vogezen. En van Yamaha kreeg ik een Super Ténéré mee. De review daarvan lees je hier.

Ook dit jaar ging ik solo op reis. Komt ervan om lastminute reisplannen te maken. La Mouche had toevallig nog één kamertje vrij. 50 euro per nacht inclusief ontbijt. Bespaarde me een hoop gedoe met kampeermateriaal. Het was ’s wat anders dan in de Alpen.

Ook handig: op de site van La Mouche staan routes voor dagritten doorheen de Vogezen. Lekker makkelijk.

Dag 1: Heen

Voor de heenreis mocht de pas gekochte TomTom meteen aan de slag. Niks route vooraf uitstippelen. Vanuit Limburg de autostrade tot voorbij Luik en dan switchen naar kronkelwegen richting Vogezen. De gps leidde me via de Hoge Venen de Eiffel in. De temperatuur was nog dragelijk, geen kat op de baan, heerlijk rijden zo.

Na de oversteek van de Luxemburgs-Franse grens had ik even genoeg gekronkeld en vuurde ik de TomTom aan: snelste route naar La Mouche aub. Maar de thermometer op l’autoroute klom zo snel (piekmomentje van 40°C) dat ik na een uur weer voor kronkels door meer lommerrijke gebieden koos. Valt ook meer te zien dan op de autosnelweg natuurlijk. Behalve dan Fransen. Al die lege dorpjes, het leek wel alsof ze zich allemaal verstopt hadden.

Na bijna 10 uur onderweg en 560 km op de teller (waarvan een kleine 200 km autostrade) bereikte ik met een lege camelbak de finish. Zware dag, vooral door de hitte. Wel fantastisch gereden. Goed bezig TomTom.

Dag 2: Col de la Schlucht, Grand Ballon, Ballon de l’Alsace

Voor dag 2 koos ik de langste route van La Mouche. Die gaat langs de Col de la Schlucht, Petit en Grand Ballon en Ballon de l’Alsace.

De start was nogal in mineur. Lees verder