Fotospecial: Distinguished Gentleman’s Ride Genk

Zondag sprongen wereldwijd duizenden motards op hun stalen ros, want het was – voor de achtste keer al – Distinguished Gentleman’s Ride. Doel: het onderzoek naar prostaatkanker onder de aandacht brengen, er geld voor inzamelen en intussen een leuk toertje rijden, liefst in een distinguished gestylede outfit.

Fotograaf Michele Micoli ging voor ons naar de Genk Ride en schoot deze plaatjes:

Lees verder

Advertenties

Verslag: Magic 12 Belgium Rally 2019

Over de Iron Butt Association (IBA voor de vrienden) hebben we het hier al eerder gehad. De Iron Butt Rally in de States is hun meest spraakmakende langeafstandsrally (11 dagen lang!), maar ook elders worden geregeld rally’s georganiseerd. Want naast de Amerikaanse IBA zijn er afdelingen in onder meer Zuid-Afrika, India, Brazilië en Australië. Dichter bij huis vind je IBA’s in Ierland, de UK, Finland, Zweden en Duitsland. En het is die laatste die op 7 september de Magic 12 Belgium Rally had georganiseerd.

Het opzet van een Magic 12 Rally: in maximaal 12 uur tijd zoveel mogelijk punten verzamelen door vooraf bepaalde locaties aan te doen. Het Duitse team ging deze keer de exotische toer op en koos voor het Belgische grondgebied als actieterrein. Ik dacht: thuismatch! Ook al was het de allereerste keer dat ik aan een IBA-rit meedeed. Van BMW kreeg ik een 1250 RT mee (bevindingen daarover onderaan dit artikel), dus 12 uur rijden, dat zou zeker te doen zijn.

De voorbereiding

Vijf dagen voor vertrek ontving elke deelnemer een bestand met alle locaties (77 in totaal) en een rallybook. In dat rallybook stond naast een woordje uitleg ook meer info over de locaties.

Alle 77 locaties kon je onmogelijk allemaal in 12 uur aandoen, dus moest je een route uitstippelen. In die route stak je best wat tijd: bij elke locatie hoorde een bepaalde score (van 190 tot 3.450 punten) en een foto-opdracht. Want je moest natuurlijk bewijzen dat je effectief ter plaatse was.

Meestal was die foto-opdracht iets in de stijl van: neem een foto van dit gebouw of dat uitzicht, maar er waren ook “speciallekes” bij. Om de locatie met 3.450 punten te pakken moest je bijvoorbeeld naar een standbeeld wandelen en daar een foto nemen. Een wandeling van 3,4 km! Moest ook op elke foto in beeld: de rallyvlag (die je gewoon thuis kon afdrukken) met daarop jouw startnummer (dat nummer kreeg je pas de avond voor vertrek).

Naast de punten per locatie kon je extra punten scoren door combo’s te verzamelen. Een aantal locaties behoorde namelijk tot gethematiseerde groepjes à la Standbeelden, Bier en Grenzen. Hoe meer locaties van een combo je aandeed, hoe hoger de extra score opliep.

Begint het zweet je al uit te breken om hiermee een route uit te stippelen? Haal er dan maar een dweil bij, want drie dagen voor vertrek kregen we de “minimum requirements” in onze mailbox: zes groepjes van in totaal 24 locaties, waarvan je tijdens de rally minstens één locatie naar keuze per groepje moest bezoeken. Ook weer thematisch opgesplitst: Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig. Eén groepje overslaan kostte je 5.000 strafpunten. Miste je er twee dan was je gediskwalificeerd, of DNF (did not finish) in IBA-jargon.

Met al die info kon het puzzelen beginnen. Mijn oog viel al snel op de Street Art combo: de combo met de meeste locaties (10 stuks) én de hoogste score. Als ik alle locaties aandeed, kreeg ik een bonus van 12.000 punten.

Locaties in MyRouteApp gesmeten: die tien streetartlocaties waren te doen in 12 uur. Nadeel: de locaties van het Lees verder

Test: Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports

In 2016 testte ik de Africa Twin en het enthousiasme liep er toen niet af. Drie jaar later moet ik mijn mening danig bijschaven. Maar ik loop vooruit op de zaken. Eerst het bredere plaatje schetsen.

Het Africa Twin verhaal begon eind jaren 80. Nadat het in 2003 werd onderbroken met de stopzetting van de XRV750 productie, blies Honda in 2016 – na een paar jaar van geruchten en speculaties – de Africa Twin nieuw leven in. De CRF1000L zag het daglicht.

Eerste upgrade

In 2018 kreeg de CRF1000L Africa Twin z’n eerste update én een adventure-gerichte variant: de CRF1000L Africa Twin Adventure Sports.

Even overlopen wat die update inhield. De Africa Twin slankte 2 kg af en kreeg een ride-by-wire gaskraan en een nieuwe, uitgebreidere LCD-display. Het blok won aan koppel in het middengebied dankzij een lichtere balansas en een hertekend in- en uitlaatsysteem. Ook de DCT (automatische versnellingsbak in gewonemensentaal) werd onder handen genomen.

De Adventure Sports mikt (nog meer dan de Africa Twin) op lange, avontuurlijke reizen. Hij heeft een grotere tank (24,2 liter tov 18,8 op de Africa Twin), een hogere ruit, ruimer kuipwerk, stoere valprotectie, een stuur dat ietsje hoger en meer naar de berijder gepositioneerd staat, en 2 cm meer grondspeling dan de Africa Twin dankzij de veerweg die 20 mm langer is. Dat betekent ook dat je hoger zit op de Adventure Sports. Het verstelbare zadel kan op 900 of 920 mm (op de Africa Twin: 850 of 870 mm). Ja, da’s hoog, maar er staat een lager zadel op de optielijst (60 mm lager).

Oh nee, DCT!

Ik ging een paar dagen met de Africa Twin Adventure Sports in het Zwarte Woud rijden om te ontdekken of Honda’s adventurebike écht verbeterd is. Stiekem hoopte ik op een handgeschakeld exemplaar, want in 2016 had mijn eerste kennismaking met de DCT me absoluut niet overtuigd. Lichtjes teleurgesteld ontdekte ik bij het ophalen dat ik een Adventure Sports mét automaat meekreeg.

Die teleurstelling maakte bijzonder snel plaats voor Lees verder

Fotospecial: Bikes at the C-mine

Bikes at the C-mine is een nieuw motorevent dat deze zomer drie keer plaatsvindt aan het fotogenieke C-mine in Genk. Het concept is simpel: een samenkomst van motards en motorliefhebbers in een ongedwongen sfeer. Er vallen vooral classics en customs te spotten, en voor de innerlijke medemens zijn er een paar drank- en eetkraampjes.

De eerste twee edities zijn intussen achter de rug. Fotograaf Michele Micoli trotseerde voorbije woensdag voor ons de hitte en zag dit door zijn lens:

Lees verder

Test: Triumph Scrambler 1200 XE

Toen Triumph eind 2015 de nieuwe Bonneville T120 en de nieuwe Thruxton aankondigde, was dat nog maar het begin van het verhaal dat ze aan het schrijven waren met hun volledig nieuwe 1200 cc twin. De Bobber volgde in 2017, de Speedmaster in 2018, en 2019 bracht zelfs twee nieuwe modellen waarbij de parallelle tweecilinder het hart vormt: de Scrambler 1200 en de Speed Twin. Dat Triumph op veel doelgroepen mikt, daar kan je moeilijk naast kijken.

Het meest benieuwd was ik naar de Scrambler 1200. Met z’n kleinere broer, de Street Scrambler, had ik al kort kennisgemaakt tijdens een offroadtraining. Een good-looking bike, maar op onverhard kon hij me moeilijk overtuigen. Iets wat de “Street” in de benaming eigenlijk al verklapte. Bij de Scrambler 1200 treffen we geen spoor van “Street” aan in de benaming. Veelbelovend.

Laat ons direct de koe bij de horens vatten en op het zadel van de Scrambler 1200 XE springen. Inderdaad, op het zadel en niet in. Met z’n zadelhoogte van 870 mm zit je op deze Scrambler zelfs hoger dan op een Tiger 800 XCa. Niet bepaald korte-benen-vriendelijk.

Swag & hightech

Vanop dat zadel valt je blik op het dashboard en de bediening op het stuur, en dringt heel snel tot je door dat dit geen back-to-basics scrambler is. De 1200 heeft een moderne TFT-display en een hoop knopjes. Triumph hees dus een heel arsenaal technologie aan boord.

Nochtans heeft de Brit ook geen gebrek aan swag. Z’n klassieke look oogt fantastisch en de afwerking van de hele motor, inclusief het blok, is om duimen en vingers bij af te likken: verzorgd en stijlvol. Tegelijk ziet de Scrambler 1200 XE er stoer en erg offroad-ready uit.

Zoals we vaker zien bij Triumph is de Scrambler 1200 Lees verder

Tournée Pyrénée 2019: het verslag

Als een van je motormaten vraagt: “Gaan we volgende zomer een weekje ergens rijden?”, dan ben ik geneigd te repliceren met een andere vraag: “Waar gaan we naartoe?”. De bestemming hadden we snel gekozen: de Pyreneeën. Was ik nog niet geweest, voor bikerbuddy Shih was het zelfs zijn eerste motorreis tout court.

De plannen: Op zaterdag vertrekken, in anderhalve dag heen, vanaf zondagmiddag de Pyreneeën doorkruisen tot vrijdagavond, en dan in anderhalve dag terug. Overnachten op campings, met de tent. Tenzij het weer te slecht werd, dan zouden we eventueel ander onderdak zoeken. En dat allemaal ergens in juni.

De route: We hebben het internet uitgeplozen, Motorcycle Diaries en de MyRoute-app site afgeschuimd en op fora aanraders gevraagd. Al die info leidde tot een lijst met bergpassen, niet te missen wegen en viewpoints. Daarmee hebben we dan een route uitgestippeld.

De motoren: Shih op zijn BMW R nineT Urban G/S, ikzelf op een Moto Guzzi V85 TT (het testverslag van de Guzzi vind je hier).

Dag 1, zaterdag 8 juni

Start: 7u00, Limburg (België)
Finish: 17u45, Le Perrier, Grâne (Frankrijk)
Afgelegde afstand: 862 km
Rijtijd: 8u37
Gemiddelde snelheid: 100 km/u

Dag 1 beloofde boring te worden: autostrade-asfalt vreten tot een heel eind in Frankrijk. Om 7 uur vertrok ik thuis. 11° en een frisse wind: ik had het koud. Eerste halte: een very chilly snelwegparking net voor Luxemburg. Meetingpoint van waar Shih en ik samen zouden verder rijden.

Ik arriveerde als eerste op de afspraakplek, even later hield – een eveneens kouwelijke – Shih halt en konden we verder naar onze eerste Lees verder