Tournée Pyrénée 2019: het verslag

Als een van je motormaten vraagt: “Gaan we volgende zomer een weekje ergens rijden?”, dan ben ik geneigd te repliceren met een andere vraag: “Waar gaan we naartoe?”. De bestemming hadden we snel gekozen: de Pyreneeën. Was ik nog niet geweest, voor bikerbuddy Shih was het zelfs zijn eerste motorreis tout court.

De plannen: Op zaterdag vertrekken, in anderhalve dag heen, vanaf zondagmiddag de Pyreneeën doorkruisen tot vrijdagavond, en dan in anderhalve dag terug. Overnachten op campings, met de tent. Tenzij het weer te slecht werd, dan zouden we eventueel ander onderdak zoeken. En dat allemaal ergens in juni.

De route: We hebben het internet uitgeplozen, Motorcycle Diaries en de MyRoute-app site afgeschuimd en op fora aanraders gevraagd. Al die info leidde tot een lijst met bergpassen, niet te missen wegen en viewpoints. Daarmee hebben we dan een route uitgestippeld.

De motoren: Shih op zijn BMW R nineT Urban G/S, ikzelf op een Moto Guzzi V85 TT (het testverslag van de Guzzi vind je hier).

Dag 1, zaterdag 8 juni

Start: 7u00, Limburg (België)
Finish: 17u45, Le Perrier, Grâne (Frankrijk)
Afgelegde afstand: 862 km
Rijtijd: 8u37
Gemiddelde snelheid: 100 km/u

Dag 1 beloofde boring te worden: autostrade-asfalt vreten tot een heel eind in Frankrijk. Om 7 uur vertrok ik thuis. 11° en een frisse wind: ik had het koud. Eerste halte: een very chilly snelwegparking net voor Luxemburg. Meetingpoint van waar Shih en ik samen zouden verder rijden.

Ik arriveerde als eerste op de afspraakplek, even later hield – een eveneens kouwelijke – Shih halt en konden we verder naar onze eerste Lees verder

Advertenties

Tournée Pyrénée: klaar, gereed …

Eindelijk! Morgenochtend zetten we aan richting Pyreneeën. De route werd na de eerste worp bijgeschaafd, iets meer nadruk op Spaans asfalt. De motor staat ook klaar: van Moto Guzzi krijg ik een V85 TT mee. Straks de laatste zaken inpakken en dan zijn we er helemaal klaar voor. Wie wil meevolgen, ik probeer af en toe iets te posten op Instagram en/of Facebook.

Klik hier voor een grotere versie van de kaart.

Drie dagen toeren op Gran Canaria

De Canarische Eilanden zijn mijn favoriete lastminutebestemming: redelijk goedkoop, best veel te zien en te doen, en vooral het hele jaar door mooi weer. Ze worden niet voor niets “de eilanden van de eeuwige lente” genoemd. Tenerife, Lanzarote en Fuerteventura had ik al gezien, bleef dus Gran Canaria over.

In mijn zoektocht om ter plekke te kunnen rijden en zo de lange motorwinterslaap wat te verzachten, kwam ik uit bij Canary Motorcycle Tours. Martin en Joy, een Engels koppel, bieden al 7 jaar begeleide motortours aan op Gran Canaria voor een prijs die slechts marginaal hoger ligt dan zelfstandig een motor huren. De toerritten gebeuren in groepen tot maximum 8 motoren.

Canary Motorcycle Tours is gebaseerd in Vecindario, een stadje aan de oostkust van Gran Canaria, op een kwartier rijden van de luchthaven. Er is een winkel-wandelstraat met de nodige cafeterias maar voorts valt er niet veel te beleven. Voor toeristische trekpleisters moet je ergens anders zijn. Boek je een pakket bij Canary Motorcycle Tours dan bieden ze je een 2-sterren- of een 4-sterrenhotel in Vecindario aan. Verblijf je ergens anders dan regelen ze ook je vervoer van en naar het hotel, op voorwaarde dat het niet te ver is.

Na slechts een paar keer heen en weer mailen was alles in kannen en kruiken: drie dagen rijden met overnachtingen in het 2-sterrenhotel. Ik boekte mijn vluchten en een week later zette ik voet op Canarische bodem.

‘s Ochtends werd ik aan het hotel opgepikt door Joy. Eenmaal bij de motoren werd het papierwerk geregeld en kon ik indien nodig motorkledij lenen. De vesten, laarzen, handschoenen en helmen die ze aanbieden zagen er degelijk uit maar ik had zelf mijn motorkledij mee.

In overleg met Martin koos ik de Honda NC750X (hij heeft in totaal 8 motoren, allemaal Honda’s, waarvan ik de CB500X al in Madeira had gereden). De NC750X is volgens de algemene opvatting die ietwat saaie Lees verder

Op naar de Pyreneeën

Samen met motormaat Shih ben ik een tripje aan het plan naar de Pyreneeën. Eén week in juni, met de tent, alles over asfalt op een sporadisch stukje gravel na.

We hebben ons al zitten amuseren in MyRoute-app, onze plannen zien er voorlopig zo uit:

(klik hier voor de versie op Google Maps)

Op een zaterdag autostradekilometers vreten tot onder Valence, van zondag tot vrijdag onze Tournée Pyrénée en dan op anderhalve dag terug naar Belgique.

Als je baantjes, campings of andere plekken weet die we zéker niet mogen missen, alle tips zijn welkom. Zet ze even in de comments hieronder of bij het Facebook-bericht.

Verslag: The Dutch 1000 (editie 2018)

The Iron Butt Association en hun ritten heb ik hier al eens uit de doeken gedaan. Langeafstandsritten tot je kont kapot is. Denk aan uitdagingen als 1000 mijl in 24 uur of alle Amerikaanse staten aandoen in 10 dagen. Toen ik vernam dat in Nederland voor het eerst een gelijksoortige rit werd georganiseerd was mijn interesse dan ook meteen gewekt (en mijn kont begon al te klagen).

The Dutch 1000 heet het evenement. De bedoeling: een vooraf uitgetekende route van 1000 km doorheen Nederland afleggen binnen de 24 uur, en dat via een aantal checkpoints.

Het opzet van dergelijke ritten is niet meteen de mooiste route of de meest kronkelige. De afstand, daar gaat het om, en de uitdaging die dat met zich meebrengt. Hou je het vol, zo lang in het zadel, of gaat je lijf tegensputteren? Ik verwachtte me dus niet per se aan de leukst rijdende route doorheen een fantastisch decor.

De allereerste editie van The Dutch 1000 zou dit jaar plaatsvinden, maar blijkbaar kwam daar wat meer bij kijken dan de organisatie had verwacht, dus werd dit jaar beslist om een “generale repetitie” op touw te zetten: een rit van 500 km, met zo weinig mogelijk autosnelweg.

Laat ik meteen zeggen dat de communicatie rond het evenement nogal chaotisch verliep. Naast de site heb je een Facebook-pagina, -event en -groep. Combineer dat met enthousiaste organisatoren en je krijgt zoveel posts dat de boel nogal onoverzichtelijk wordt. In de week voor de rit werden bijvoorbeeld diverse routes gedeeld, becommentarieerd, aangepast en opnieuw gedeeld. Dat de organisatie niet strak georchestreerd verliep had een verklaring: het was een lastminutebeslissing om dit jaar toch een “halve Dutch” te plannen.

Hoe dan ook kwam uiteindelijk alles goed en stond ik op zaterdagochtend om 8u op de stoep bij Dani, een van de organisatoren. Wie dat wou kan daar ontbijten of gewoon een kop koffie drinken, om daarna naar de startplek te rijden. We waren met een twintigtal deelnemers, waarvan drie Belgen. Vooral allroads en touringfietsen, ikzelf op een BMW K 1600 B die Lees verder

Madeira op de moto

Madeira. Een Portugees eiland dat ten westen van Marokko ligt, zo’n 500 km boven Tenerife. Werp één blik op de kaart van dit kleine eiland (50 km lang, 20 km breed) en je ziet meteen dat er amper wegen zijn die rechtdoor lopen. Bovendien rijzen de bergen er tot 1800 meter hoog. Dat vraagt gewoon om bereden te worden! En dus huur ik op de vrije dag tijdens mijn wandelvakantie een Honda CB500X en trek eropuit.

Dat huren doe ik bij 4&2 Wheels Rent. Daniel Pita baat in Funchal een verhuurwinkel uit met scooters, auto’s en moto’s. Hij biedt naast maxiscooters de keuze uit enkele Benelli’s BN302 en een paar Honda’s CB500X. Ik kies die laatste. Een moto huren kan enkel voor 2 dagen en dus betaal ik de prijs van twee voor één: 85 euro met een waarborg van 250 euro. Snel papierwerk afhandelen, helm uitkiezen, en omstreeks half tien kan ik vertrekken.

Ik had de avond voordien op Google Maps grofweg een route uitgestippeld: een liggende 8 over heel het eiland. Dat viel uiteindelijk even anders uit, maar daarover later meer.

Het eerste stukje gaat van Funchal in het zuiden over de autostrade tot Ribeira Brava. Daar neem ik de ER222 verder westwaarts. Die kronkelt parallel aan de oceaan langs de bergwanden door bananenvelden. Veel exotischer kan haast niet. Iets hoger zijn de eerste wijngaarden te zien die de druiven leveren voor de bekende madeira-wijn.

Ter hoogte van Madalena do Mar draai ik de ER209 op. Die gaat soms behoorlijk steil omhoog (ik zie bordjes die 32% aangeven) richting centrum van het eiland. De vegetatie op Madeira verandert razendsnel en op enkele kilometers doorkruis ik zowel dichte eucalyptusbossen als naaldbossen, die op hun beurt plaats maken voor lage brem-achtige begroeiing. Even snel als de bomen verdwijnen, verdwijnen bovenop het plateau van Paul de Serra de bochten. Een kaarsrechte weg snijdt door de centrale hoogvlakte. Lang duurt dit niet, speciaal is het wel.

Ik kruis de ER110 en vervolg de ER209 richting het noordwesten. Dit blijkt achteraf een van mijn favoriete stukken te zijn: een perfect asfaltlint kronkelt vloeiend verder om hoe langer hoe meer bochten te bevatten. Eenmaal ik de afdaling naar Porto Moniz inzet, verslechtert het asfalt, nemen de haarspeldbochten toe en duik ik de mist in. De temperatuur zakt meteen een tiental graden en ik heb het zowaar fris.

Porto Moniz is een bekende stopplaats voor toeristen omwille van de natuurlijke vulkanische zwembaden. De zee spoelt er geregeld over de rand van het bad. Ik pauzeer hier om een snelle hap te eten.

Reden voor dat snel snel is omdat Lees verder

Vier dagen Vogezen

Na de Alpen vorige zomer zocht ik het dit jaar iets korter bij huis. Minder vrije dagen, vandaar. Op aanraden van Jan F voor de Vogezen gekozen. Die deed me ook een tip cadeau: Motorhotel & Camping La Mouche in Le Clerjus, aan de zuid-westelijke kant van de Vogezen. En van Yamaha kreeg ik een Super Ténéré mee. De review daarvan lees je hier.

Ook dit jaar ging ik solo op reis. Komt ervan om lastminute reisplannen te maken. La Mouche had toevallig nog één kamertje vrij. 50 euro per nacht inclusief ontbijt. Bespaarde me een hoop gedoe met kampeermateriaal. Het was ’s wat anders dan in de Alpen.

Ook handig: op de site van La Mouche staan routes voor dagritten doorheen de Vogezen. Lekker makkelijk.

Dag 1: Heen

Voor de heenreis mocht de pas gekochte TomTom meteen aan de slag. Niks route vooraf uitstippelen. Vanuit Limburg de autostrade tot voorbij Luik en dan switchen naar kronkelwegen richting Vogezen. De gps leidde me via de Hoge Venen de Eiffel in. De temperatuur was nog dragelijk, geen kat op de baan, heerlijk rijden zo.

Na de oversteek van de Luxemburgs-Franse grens had ik even genoeg gekronkeld en vuurde ik de TomTom aan: snelste route naar La Mouche aub. Maar de thermometer op l’autoroute klom zo snel (piekmomentje van 40°C) dat ik na een uur weer voor kronkels door meer lommerrijke gebieden koos. Valt ook meer te zien dan op de autosnelweg natuurlijk. Behalve dan Fransen. Al die lege dorpjes, het leek wel alsof ze zich allemaal verstopt hadden.

Na bijna 10 uur onderweg en 560 km op de teller (waarvan een kleine 200 km autostrade) bereikte ik met een lege camelbak de finish. Zware dag, vooral door de hitte. Wel fantastisch gereden. Goed bezig TomTom.

Dag 2: Col de la Schlucht, Grand Ballon, Ballon de l’Alsace

Voor dag 2 koos ik de langste route van La Mouche. Die gaat langs de Col de la Schlucht, Petit en Grand Ballon en Ballon de l’Alsace.

De start was nogal in mineur. Lees verder