Test: Husqvarna 701 Enduro

Tijdens de Ardennen Challenge stak Chris ons de ogen uit met z’n Husqvarna 701 Enduro. Wij zwetend en zwoegend op onze zware allroads, terwijl meneer met de vingers in de neus volgde. De Morvan Allroadtrip van Stefenduro leek me dan ook een mooie gelegenheid om te ervaren of die Husky echt zo’n makkelijke machine is.

De naam Husqvarna zegt de gemiddelde baanmotard misschien niet veel. Motorcross(liefhebb)ers weten wel beter. Het Zweedse merk heeft een rijke enduro- en motorcrossgeschiedenis. In de jaren 60 en 70 rijfde het de ene na de andere wereldtitel binnen. Eind jaren 80 kwam het motormerk in moeilijkheden. Na omzwervingen bij Cagiva, MV Agusta en BMW vond het in 2007 onderdak bij Stefan Pierer. Jawel, de Oostenrijker die ook bij KTM heel wat in de pap heeft te brokken.

Logisch dus dat er merkbaar KTM-bloed door de Husqvarna-aderen stroomt tegenwoordig. Met 74 pk en 71 Nm bij 6.750 toeren verbleekt de 701 Enduro dan wel naast pakweg een KTM 1190 Adventure of een BMW R 1200 GS, maar je hoeft er in de eerste meters maar even de zweep op te leggen en direct duikt dat ietwat zotte KTM-karakter op. In tweede het gas vol opendraaien? Gegarandeerd het voorwiel in de lucht. Een flink pak energieker dan verwacht dus. De ruwe loop onderin, die ik ook ervaarde bij de KTM 1050 Adventure en 1290 Super Duke GT, getuigen eveneens van KTM-afkomst.

Door de kruisbestuiving tussen de twee merken zou je misschien denken dat de Husqvarna 701 Enduro gewoon een vermomde KTM 690 Enduro is. Laat je niet misleiden. Het motorblok is nieuw en komt van de KTM 690 Duke, en ook op andere vlakken kreeg de Husky een upgrade ten opzichte van de KTM 690 Enduro. De WP-vering is bijvoorbeeld beter en langer. 275 mm veerweg zorgt ervoor dat offroad heel wat oneffenheden weggefilterd kunnen worden. Ook een strook asfalt die bijna voor offroad kan doorgaan verteert deze Husqvarna opvallend makkelijk. De standaardsetting zat voor mij al goed. Mocht je toch andere wensen hebben, dan kan je zowel voor als achter de vering instellen.

Stukje autostrade? 120 haal je vlot en meer zit er ook in, maar dan wordt het een gevecht tegen de wind. De stabiliteit zit tegen die snelheid nog helemaal snor. Links en rechts hoorde ik klachten over het zadel dat te hard zou zijn. Ja, het is hard. Te hard? Ik heb al baanmotoren met onaangenamere zadels getest. Een zitsessie van anderhalf uur op de 701 vond ik alleszins geen marteling. Wel een marteling: na een paar dagen offroad het zadel proberen schoonkrijgen. Haast een onmogelijke taak, vooral het witte en gele deel.

Wil je een heel eind van huis – ik zeg maar wat: in Midden-Frankrijk – gaan offroaden, dan kan je in principe met de 701 ernaartoe rijden. Let wel: weinig comfort en nul windbescherming. Je hebt dus een flinke dosis karakter nodig als je autostradekilometers gaat vreten, maar het kan wel.

Meer fun valt uiteraard op binnenwegen te vinden. Deze Husky is niet de meest spontane bochtenvreter en heeft wat aanmoediging nodig om in de bocht te vallen, waardoor je geneigd bent ‘m agressiever te behandelen. Erg vindt hij dat niet. Kan hij meer de hooligan uithangen. Snedig uitaccelereren, volgende bocht aanvallen, zo lust hij het graag.

Offroad dan, want daarvoor koop je deze fiets uiteindelijk. Laat me beginnen met Lees verder

Advertenties

Een dag motorinitiatie: wat hebben we geleerd?

Afgelopen weekend een dagje motorinitiatie gedaan met Clubmot. Mijn eerste keer op een motor. Afspraak om 9 uur voor een leerrijke dag. Een zwarte Yamaha YBR125 staat voor me klaar.

Na een korte introductie over motorkledij, de technische aspecten van een motor en de juiste zitpositie was het tijd om te leren vertrekken. Lichtjes gas geven, koppeling langzaam lossen … en stilvallen. Dat vertrekken heb je niet na twee pogingen onder de knie.

Daarna, het spel met koppeling, gas en achterrem: zo traag mogelijk proberen rijden, zonder stil of om te vallen.

Op naar het bochtenwerk. Kijkrichting aanleren, neiging tot omvallen in trage, scherpe bochten compenseren met de koppeling, oefeningen met pionnetjes, u-bochten draaien.

Dan het remmen. Aanloopje nemen en plots in de remmen vliegen, progressief liefst. Aan den lijve het verschil tussen voor- en achterrem ondervinden.

Tot slot nog erop wijzen hoe je je als motorrijder zichtbaar maakt op de weg en je plaats opeist op de baan.

En dan, tijd voor het echte werk: achter de BMW van de instructeur aan, het verkeer in, door drukke dorpskernen, over verlaten straten en stoffige wegeltjes. Op een rustig stuk bochtentechniek oefenen, bergop leren vertrekken met behulp van de achterrem, en – de verrassing van de dag – het tegensturen ontdekken.

Na een klein anderhalfuurtje on the road zit de dag erop, de klok wijst intussen al 5 uur aan. Maar de smaak naar meer is er, duidelijk.

Waar ik ‘s morgens nog zat te twijfelen of motorrijden wel iets voor mij is, heeft deze dag voor veel opheldering gezorgd. Moet ik wel met een 125 cc beginnen?

Tijdens de babbels tussenin en achteraf wordt mij afgeraden dat te doen. Direct voor een A-rijbewijs gaan.

Een 125 cc zou leuk zijn om mee te beginnen, maar ik zou ‘m ook snel beu worden en bovendien zou het verre van de ideale motor zijn om woon-werkverkeer over de autostrade te doen. En net dat zou ik waarschijnlijk wel willen doen.

Gevraagd naar een goeie beginnersmotor, met mijn gebruik in het achterhoofd, werd me een Suzuki V-strom of een Honda Transalp aanbevolen. 600 à 700 cc, gemakkelijk te manoeveren en blijft (volgens de mannen met ervaring) een plezier om mee rijden. Tegelijk voldoende bescherming tegen de elementen, en een aangename rechte zitpositie om wat afstanden te doen.

Op een dag tijd veel wijzer geworden. Met dank aan Brecht van Clubmot!

Motorinitiatie Clubmot