Test: Yamaha XT1200ZE Super Ténéré

Flits jezelf even terug naar 1983 en daar staat hij voor je neus: de allereerste Ténéré. Na spraakmakende Parijs-Dakar passages eind jaren 70 besloot Yamaha om hun rallymotor te commercialiseren als een soort allround touringmodel: de XT600Z Ténéré. 43 pk, 595 cc en één enkele cilinder.

Vijfendertig Ténéré-jaren later en er valt geen monocilinder meer te bespeuren in Yamaha’s adventure-aanbod. De laatste, de XT660Z Ténéré, zwaaiden we in 2016 uit, en binnenkort komt er met de gloednieuwe Ténéré 700 een twin bij. De andere twin in de Yamaha hoogpoterrayon: de Super Ténéré.

De Super Ténéré kwam in 2010 op de markt als rechtstreekse concurrent van die andere 1200 cc cardanaangedreven reisenduro: de 1200 GS. Ik ging een paar dagen met de XT1200ZE Super Ténéré toeren in de Vogezen (reisverslag hierzo) om een mening te vormen over Yamaha’s allroader.

De ZE verschilt van de basic Super Ténéré door de toevoeging van een instelbare elektronische vering, middenbok, cruisecontrol en verwarmde handvaten. Die extra’s voel je in de portemonnee: 13.999 euro (BE) en 15.899 euro (NL) voor de XT1200Z Super Ténéré, 16.999 euro (BE) en 18.399 euro (NL) voor de XT1200ZE Super Ténéré. Stevige meerprijs dus.

De standaardconfiguratie van de basic Ténéré is overigens niet bepaald naked: verstelbare zadelhoogte (845 – 870 mm), twee mappings, instelbare tractiecontrole, integraal remsysteem, cardanas, spaakvelgen en verstelbaar ruitje.

Mijn demomotor werd behangen met nog wat extra opties zoals valbaren, bodemplaat, LED-mistlampen en zijfkoffers.

Meer punch aub

Tussen het 19” voorwiel en 17” achterwiel steekt een 1199 cc paralleltwin die 112 pk levert op 7.250 toeren en 117 Nm op 6.000 toeren. Zeker niet de hoogste pieken in het segment. Als je netjes in de buurt van die pieken blijft valt het allemaal wel mee, maar je kan moeilijk ontkennen dat de XT1200ZE wat punch mist. En dat valt nog harder op als je kiest voor de T (van Touring) mapping. In S (van Sport) reageert hij vinniger zonder té aan-uit te worden.

Ook z’n uitlaat mocht wat meer punch hebben. Stationair en vol op de gas klinkt hij best oké, maar daarbuiten kan hij een meh moeilijk onderdrukken. Soms is de Super Ténéré zelfs zo stil dat je even je adem inhoudt om te horen of de motor nog draait.

Voortreffelijke vering

Dat gebrek aan ballen verzacht deze Yam met comfort. Met name de elektronische vering is ronduit voortreffelijk. Rijdend kan je kiezen tussen Soft, Standard of Hard, en stilstaand kan je elk van die drie standen instellen van -3 tot +3. Goed voor 21 gradaties dus. Vind je dat wat karig? Geen nood want ook de belasting kan je (stilstaand) aanpassen: solo of duo, telkens met of zonder bagage. Daardoor verviervoudigen die 21 gradaties tot maar liefst 84 veringinstellingen.

De allerzachtste stand (Soft -3, solo zonder bagage) vond ik Lees verder

Advertenties

Endurofun Midzomerrit 2018

Het was alweer even geleden dat ik met Endurofun meereed. Van de Alpenreis in 2016 om precies te zijn. Afgelopen zaterdag stonden de sterren eindelijk nog eens goed. Kon ik die Anakee Wilds ook ‘s gebruiken waarvoor ze dienen.

De Midzomerrit van Endurofun is anders van aanpak dan hun Lente- en Herfstritten. Geen vertrek ‘s morgens, maar ‘s middags na een broodjeslunch. En na de rit een avondmaal en mogelijkheid om te overnachten. Locatie: in de boomgaard van een Rummense fruitboer.

Naast allroads en enduro’s kunnen ook 4×4’s deelnemen aan de Midzomerrit. Die krijgen allemaal aparte routes, voor de allroads zijn er zelfs vier routes: soft, medium, nuts en hardcore.

Ik sloot aan bij een groepje dat zich nuts voelde. Hugo op z’n Tiger 800, Stef met een Africa Twin en twee Nederlandse jongens (Africa Twin en CRF250L). Ikzelf op m’n 800 GS. Met die kurkdroge zomer was het natuurlijk de vraag Lees verder

Test: KTM 1290 Super Adventure S

“Ready to race” verkondigt de digitale display van de KTM 1290 Super Adventure S als je de startknop indrukt. Geen woord gelogen, blijkt al vlug. Wat wil je, met 160 pk en 140 Nm? Maar voor we het over power hebben, eerst even dit kanon situeren.

Het 1301 cc LC8-motorblok dat in de KTM 1290 Super Duke al voor de nodige opwinding zorgde, werd door de heren uit Mattighofen ook ingelepeld in een sportieve tourmotor en in een adventurebike. De sportstourer, de 1290 Super Duke GT, voelde ik al eerder aan de tand. Tijd om ook met die adventurebike kennis te maken.

De KTM 1290 Super Adventure komt in een S- en een R-versie. De R richt zich meer op offroad, onder andere met z’n spaakwielen, 21” voorwiel, hogere zadel en standaard crashbars. De S mikt vooral op het asfalt, met gegoten wielen, 19” voorwiel en een lager, tweedelig en in de hoogte verstelbaar zadel. De S mocht ik een weekje testen.

Brutaal of fijnzinnig?

Van de 1290 Super Duke GT herinner ik me dat het simpelweg een brute motor was. Op zoveel vlakken. Brute power, grof gebekte uitlaat, niet altijd even geraffineerd in de omgang. Van de 1290 Super Adventure S verwachtte ik dus ongeveer hetzelfde karakter. En hij verraste me meteen: meneer de avonturier is fijnzinniger dan zijn tourbroer.

Z’n looks doen echter het tegendeel veronderstellen. Vooral het niet bepaald bescheiden design van de koplamp. Niet iedereen is er fan van. Ik aanvankelijk ook niet, maar intussen staat z’n eigenzinnige, zelfs fotogenieke, snuit me wel aan. Eindelijk nog ‘s een KTM Adventure die qua design in de buurt komt van die nog altijd even lekker ogende 990.

Een druk op de startknop brengt de nodige heisa met zich mee. Oorzaak: de optionele Akrapovic-uitlaat. Z’n gebrek aan subtiliteit heeft in de file een Mozes en de Rode Zee-effect. Of in dit geval: Oranje Mozes en de Autozee.

En dan komt het: stevig het stuur vastklemmen – want misschien gooit hij je als een wilde hengst uit het zadel – gas geven en … merken dat deze Super Adventure zich zo mak als een lammetje laat leiden. Van enige brutaliteit is niks te merken. Nóg niks. Maar dat komt, geen paniek.

De Super Adventure heeft vier rijmodi (Sport, Street, Rain en Offroad), en zelfs in Sport was het geen probleem om in volle spits door de Brusselse binnenstad te wroeten. Ja, de Sport-modus heeft de hevigste gasreactie, maar je hebt niet per se fluwelen handschoentjes nodig om ‘m rustig in bedwang te houden. Toch vond ik Street-modus aangenamer rijden. Rain (met 100 pk ipv 160) en Offroad heb ik niet eens geprobeerd.

Hard, harder, hardst

Gelukkig gooit de 1290 Super Adventure niet alle brutaliteit overboord. Sportief rijden gaat zo makkelijk en is zo verleidelijk dat een zesde zintuig voor flitscontroles een zegen zou zijn. Je gaat héél snel héél hard, zo snel zelfs dat het haast onmogelijk is om de gaskraan volledig open te draaien. Met de (optionele, perfect werkende) quickshifter worden de explosieve acceleraties nog waanzinniger. En hoewel de tractiecontrole aan stond, waren minieme wheelies niet uitgesloten. Die tractiecontrole heeft, net als de abs, standaard hellingshoektechnologie. En maar goed ook.

Bochten? Zegt deze Oostenrijker nooit nee tegen. Hij duikt ze soepel en trefzeker in. De lijn mooi aanhouden kost evenmin veel moeite, maar je moet er de ophanging juist voor instellen. Sportief rijden met een schommelpaard is nogal lastig, maar daar kom ik later op terug. Schakellui rijden doet deze allroad liever niet. Onder de 3000 toeren heb je weinig te zoeken, tenzij je fan bent van een schokkende, zwaar trillende motor. Even terugschakelen en al die rauwe power loslaten bij het uitaccelereren. Heerlijk!

De remmen (dubbele 320 mm Brembo’s vooraan, enkele 267 mm Brembo achteraan) doen hun werk, al had ik vooraan initieel iets meer bite verwacht. Na twee dagen Lees verder

Offroad in de Ardennen met BMW GS Riding Academy

Wat doen de Alpenridders als ze een hoop plannen hebben beraamd? Nog iets anders bedenken natuurlijk. Dus wij met vijf, plus Shih (die meeging op trialcursus) en Fabien, naar de doorgedreven offroadtraining van de BMW GS Riding Academy.

Een doorgedreven training, da’s al wat steviger dan de basistraining. En dat mocht ook. We hebben allemaal op z’n minst een basiscursus gevolgd en de Alpenridders heten natuurlijk niet voor niks zo. Je kan deze training volgen met je eigen motor of met een huurmotor. Hoewel de site van de GS Riding Academy het niet expliciet vermeldt, hoeft die eigen motor geen GS te zijn. En als huurmotoren zijn uiteraard enkel GS’en in de aanbieding.

Johann, Tony, Fabien en ik zouden de cursus met onze eigen GS volgen. Karel, Shih en Jan F speelden liever op veilig en huurden. Tot mijn dealer lastminute slecht nieuws bracht: de herstelling van mijn GS liep onverwacht uit. Gelukkig kon ik op het nippertje nog een 1200 GS Rallye huren bij de GS Riding Academy. En dat kwam eigenlijk best goed uit. Want nadat BMW Belux me vorig jaar geen zegen wou geven om tijdens mijn 1200 GS Rallye testweek offroad te gaan, ging het er nu toch van komen.

Deze training gaat door in de buurt van Vielsalm. Daarom besloten we de avond vooraf al naar de Ardennen af te zakken en op een camping in de buurt te overnachten. Ook Tom, de BMW Certified Offroad Instructor van de BMW GS Riding Academy, vond dat geen slecht idee en sloot aan. Enkel Fabien zou de volgende dag rechtstreeks naar de startplek rijden.

Oefeningen op het offroadparcours

Klokslag 9 uur stonden we in Vielsalm. Geen Fabien te bespeuren. Na een snel telefoontje bleek dat hij zich van dag had vergist, maar hij zou nog snel op z’n motor springen. Wij begonnen intussen aan de training. Tom op kop, zes Beemers erachteraan.

Na een paar km asfalt: de eerste strook onverhard. Direct een stevig, redelijk rotsig klimmetje dat kon tellen qua intro. Wat ook onmiddellijk opviel: de 1200 GS. Tijdens mijn testweek ervaarde ik hoe stabiel, uitgebalanceerd en controleerbaar hij aanvoelt, ook aan kruipsnelheden. Dat gevoel kwam meteen terug op die eerste meters offroad: de Rallye lijkt onmogelijk uit zijn lood te slaan.

Even later bereikten we een offroadcircuit: een lus met een variatie aan heuveltjes. Hier zouden we de rest van de voormiddag spenderen aan technische oefeningen.

Tom had de vorige avond gepolst hoe het zat met onze offroadervaring en kennis van de diverse offroadtechnieken. Omdat we daarop nogal bescheiden reageerden, nam Tom het zekere voor het onzekere en startte hij met een snelle herhaling van de basics. Positie op de motor, kijktechniek, counterbalancing, dat soort dingen. Eigenlijk niks dat we nog niet kenden, maar bij niet iedereen zaten alle details nog vers in het geheugen.

Daarna was het tijd voor de eerste praktijkoefening: bergop en bergaf rijden. Tom legde de techniek zorgvuldig uit, demonstreerde een paar keer, en ging dan boven op een heuvel staan zodat hij kon bijsturen waar nodig. We deden de oefening allemaal een paar keer en gingen dan verder met variaties: uitwijken voor een obstakel bij het bergaf rijden, een sprongetje maken op de heuvel. Eens we dat min of meer onder de knie hadden, reden we de offroadlus. Een aaneenrijging van kleine heuveltjes, iets steilere klimmen, twee snelle kombochten, een venijnige streep modder en een zanderig stukje. Plezant parcours!

Noodremmen en stofhappen

Het volgende onderdeel focuste op valpartijen. We zagen drie manieren om een omgevallen motor recht te zetten, Tom demonstreerde hoe je op een helling een liggende motor weer op z’n poten krijgt, en tot slot toonde hij hoe je op een bergop rechtsomkeer kan maken. We legden onze motoren allemaal Lees verder

Offroad met de Triumph Adventure Experience

Offroad rijden met allroads zit al een paar jaar in de lift. Nochtans ziet de overgrote meerderheid van de adventurebikes nooit iets anders dan asfalt. En als je dan ’s deelneemt aan een allroadrit, dan zijn de motoren van Duitse makelij doorgaans in de meerderheid.

Triumph wil daarom het offroadkarakter van z’n allroads meer profileren. Dat de Triumph allroads ook op onverhard hun mannetje staan, mocht ik zelf al ervaren met de Tiger 800 in de Alpen. Om meer Tiger- en Scrambler-rijders zover te krijgen om ook eens te proeven van offroad rijden, start Triumph dit jaar met de Triumph Adventure Experience.

De Triumph Adventure Experience biedt dagopleidingen aan op drie plaatsen in de Benelux, telkens in samenwerking met een lokale partner: Motokhana in Vlaanderen, de Richard Hubin Racing School voor de Waalse klanten en Experience Island in Nederland.

Er zitten drie opleidingen in het aanbod: basis, gevorderd en slip & drift. Die kosten 150 euro inclusief lunch. Deelnemen kan met je eigen motor en dat moet – opmerkelijk! – niet per se een Triumph zijn. Een motor huren kan ook. Triumph voorziet hiervoor de Tiger 1200 (140 euro voor een dag), Tiger 800 en Street Scrambler (beide 120 euro voor een dag). Als je huurmotor schade zou oplopen, dan zorgt het franchisebedrag van 500 euro ervoor dat de schade in je portemonnee beperkt blijft.

Triumph nodigde me uit op de persdag van de Triumph Adventure Experience. In één dag zouden we kennismaken met enkele facetten van de verschillende opleidingen, en dat op een Triumph allroad naar keuze. Place to be: Circuit Zolder, waar Motokhana over een mooi offroadterrein beschikt.

Motokhana kiest ervoor – net als de andere twee Triumph Adventure Experience opleidingscentra – om maximaal 5 deelnemers per instructeur toe te laten. Dat kleine aantal komt de persoonlijke begeleiding uiteraard alleen maar ten goede.

Bert en Jeroen, de twee Motokhana instructeurs die onze groep begeleidden, werken doorheen de dag altijd volgens hetzelfde principe. Eerst leggen ze een Lees verder

Reistest: Triumph Tiger Explorer XRt

In 2012 had Triumph er genoeg van. “Wat die Duitsers doen, dat kunnen wij ook”, en daar was hij: de Triumph Tiger Explorer, een rechtstreekse concurrent voor de BMW R 1200 GS.

Intussen zijn we vijf jaar verder en de 2017 Explorer verschilt al danig van die eerste worp. Net als bij de Tiger 800 zijn er nu twee modellijnen: de offroadgerichte XC-modellen en de asfaltgeoriënteerde XR-modellen. Binnen elke lijn heb je de keuze uit twee uitrustingsniveaus, zodat je op vier Explorer-varianten uitkomt, plus nog ’s twee verlaagde modellen per lijn (hier allemaal te checken).

Triumph leende me een Tiger Explorer XRt, inclusief zijkoffers, tanktas en TomTom Rider 450, waarmee ik een trip van 3500 km naar de Alpen maakte (het verslag daarvan lees je hier).

Volgestouwd

De XRt is het topmodel van de asfalt-Explorers. Bijzonder compleet uitgerust met onder meer ABS en tractiecontrole (beide ook actief onder leunhoek), semi-actieve vering, cruisecontrol, verwarmde handvaten, handkappen en twee 12V-stopcontacten. Dat lijstje zit al standaard op het iets minder uitgeruste XRx-model. De XRt heeft daarbovenop nog verwarmd rijders- en duozadel, elektronisch verstelbaar tourscherm, twee extra rijmodi (Sport en Rider bovenop Road, Rain en Offroad), Hill Hold Control, bandendrukmonitor, valbaren en kofferbeugels. Prijskaartje van dat bijzonder complete pakket: 18.680 euro in België, 21.300 euro in Nederland. Koop je voor eind van deze maand een Explorer, dan krijg je er bovendien gratis aluminium zijkoffers en een TomTom Rider 450 (inclusief steuntje) bij. Cadeautje van ruim 1.200 euro.

De heenreis van m’n Alpentrip ging in één dag tot in Zwitserland. De Explorer liet zich gelden als een erg comfortabele reismotor. Ik had heel wat bepakking mee (tent, slaapzak, matje, kookgerei, kleren, noem maar op), dus naast de volgestouwde zijkoffers en tanktas had ik ook een goed gevulde roltas achterop gesjord. Extra kilo’s waarvan ik tijdens dit (hoofdzakelijk autostrade-) deel van de trip niks merkte.

Aan comfort geen gebrek

De Triumph Semi-Active Suspension (of kortweg TSAS) zit daar uiteraard voor iets tussen. Het systeem past de veervoorspanning automatisch aan aan de belading van de motor, en bovendien kan je de demping van de WP voor- en achterveer elektronisch afstellen. Comfortabel of sportief? In negen tussenstappen tik je van het ene naar het andere uiterste. In de Sportstand staat de vering hard en strak, en moet je bereid zijn klappen te verwerken. Hoe dichter je bij Comfort komt, hoe meer de vering opvangt, maar ook hoe moeilijker hij kan volgen. Daarnaast heeft de TSAS een chassisregelsysteem dat de bewegingen van de motor constant monitort en hierop reageert. Hierdoor voelt de motor steeds erg uitgebalanceerd aan. Alsof de kont plots niet meer volhangt met een hoop bagage.

Ook het elektrisch verstelbare windscherm draagt veel bij aan het hoge comfortniveau. In hoogste stand Lees verder

Verslag: Stefenduro Morvan Allroadtrip

Goesting om offroad te rijden is er altijd. Tijd, da’s iets anders. Met de Alpenridders hadden we een hoop mogelijkheden opgelijst, uiteindelijk meldden er zich vier aan voor de allroadvijfdaagse in de Morvan met Stefenduro: Jan, Bart, Chris en ikzelf.

De Morvan is een gebied in Midden-Frankrijk, een joekel van een natuurpark op zo’n 550 km van Brussel. Heuvelachtig, veel bossen, wat riviertjes en meren. Ideaal voor een paar dagen offroad. Vooral omdat motoren er op veel onverharde wegen toegelaten zijn.

De vijfdaagse bestaat uit twee reisdagen op eigen houtje en drie begeleide dagritten ter plaatse. Vier nachten op één vaste locatie, een hotel in Planchez (halfpension). Zowel allroaders als enduristen rijden mee, elk met eigen routes en een eigen begeleider (Terre voor de allroadgroep, Stefaan aka Mister Stefenduro voor de endurogroep). De allroaders konden zich inschrijven voor een van de drie niveaus: light, medium en hard. Light voor de motoren op standaardbanden, medium voor de mannen met wat meer ervaring en allroadbanden à la TKC80, hard voor de gevorderden op noppenbanden. We kozen voor medium.

De dagen voor het vertrek zat Stefaan geregeld in de mailbox van de deelnemers. Even polsen en informeren. Over hoe we tot in Planchez zouden rijden, over de bandenkeuze, over wat we moesten meebrengen.

Ik zat te twijfelen over de heen- en terugreis. Zou ik zelf tot daar rijden op de Husky 701, niet meteen de meest ideale reismotor? Of zou ik eerst (vanuit Limburg) tot Geraardsbergen bollen, door de ochtendspits, een gigantische, tijdrovende omweg, om daar de motor op een aanhangwagen te zetten en zo naar Frankrijk te reizen? Stefaan maakte er korte metten mee met één telefoontje. Hij had een alternatief: Marc, een van de andere deelnemers, had nog plaats in zijn camionette, en die woonde korter bij. Verkocht!

Bandenkeuze dan. Stefaan was al enkele weken in de Morvan en had het uitgebreid kunnen checken: het lag er droog bij. Maar omdat hij genoeg noppenbanden had liggen, stelde hij voor om iedereen zonder noppenbanden bij aankomst toch op genopte sloffen te leggen. Gewoon voor maximale grip en meer vertrouwen op onverhard. Meerprijs? De volle 0 euro. Vertrekken met een goed gevoel heet dat.

Dag 1 – woensdag 7 juni

De heenreis. ’s Morgens naar Antwerpen rijden met een bepakte Husky en Marc ontmoeten, een uitgeweken (en vanzelfsprekend sympathieke) Limburger die met z’n Husqvarna 250 bij de enduristengroep zal aansluiten. Twee Husky’s achterin z’n Transporter, kennismakingsbabbel bij een tas koffie en de baan op. Om half 11 verlaten we de Koekenstad, tegen 17 uur arriveren we in Planchez, als een van de eersten.

Stefaan bekijkt m’n motor. Oordeel: die banden staan er nog goed bij. “Misschien is het toch niet nodig dat ge op crossbanden gaat rijden,” zegt hij. Bijna alle paden liggen er droog bij en doordat het de voorbije dagen af en toe kort geregend heeft, geeft de toplaag meer grip. Perfecte omstandigheden eigenlijk.

“Weet ge wat, anders gaan we rap een toerke doen van 10 minuten, dan weet ge direct of die TKC’s voldoen of niet.” Wij weg. Vlakbij het hotel duiken we het bos in, een strook onverhard met allerhande ondergronden: een droog bospaadje, een paar plassen, een streepje modder, een stuk keien, een iets meer zanderige passage. Een kwartier later staan we terug aan het hotel. Oordeel: met die banden zou het moeten lukken. Morgen met de TKC’s starten. Blijken ze toch niet goed genoeg, dan kunnen we ‘s avonds nog altijd naar noppenbanden wisselen. Enkel de bandendruk mag iets lager. Stefaan haalt snel de meter erbij en regelt het zaakje.

Ondertussen druppelt de rest van de bende binnen. Het groepje allroaders:
Jan (zonder Triumph Tiger 800 deze keer, maar met z’n Suzuki DR-Z400)
Bart VM (met z’n trouwe 800 GS)
Chris (opnieuw met z’n Husqvarna 701 Enduro)
Caroline (Kawasaki KLX 250)
Kris (KTM 625 SXC)
Brakke (BMW R 1200 GS Adventure)
Bart P (Husqvarna 701 Enduro)
Ikzelf (Husqvarna 701 Enduro, de review daarvan vind je hier)
Terre (KTM 950 Super Enduro)

Opvallend hoe weinig zware allroads. De frank begint precies te vallen dat je offroad weinig hebt aan 120 pk, en nog minder aan die overtollige kilo’s. Op de 1200 GS en mijn Husky na heeft iedereen trouwens noppenbanden liggen.

Na een smakelijk driegangendiner in het hotel en kennismaking met de Morvan-bende: bedwaarts. Tip: je ligt op een tweepersoonskamer, dus fix vooraf dat je bij een niet-snurker terecht komt.

Dag 2 – donderdag 8 juni

Tijdens het ontbijt kan iedereen met een gps bij Stefaan de tracks van de dag downloaden. Een briefing voor de rit is er amper. Geen uitgebreide instructies, geen preek. Gewoon: we rijden in D-systeem, we stoppen geregeld, als het te moeilijk of te snel gaat, laat van je horen, gebruik je verstand, geniet.

Tegen 9u30 vertrekken we. Terre op kop, Bart VM als laatste man. Het tempo zit er vanaf de eerste strook offroad goed in. Mag ook, de paden liggen er uitstekend bij en echt moeilijke passages komen we nauwelijks tegen. Bovendien laten de lichte machines zich soepeler sturen dan dikke allroads, wat ook bijdraagt aan het vlotte tempo.

Het terrein niet moeilijk? Dan zorgt de motor voor extra animo: ik blijf op een verkeerd moment aan het gas hangen, waardoor ik dreig Bart P z’n kont te rammen. Om dat te vermijden Lees verder