Drie dagen toeren op Gran Canaria

De Canarische Eilanden zijn mijn favoriete lastminutebestemming: redelijk goedkoop, best veel te zien en te doen, en vooral het hele jaar door mooi weer. Ze worden niet voor niets “de eilanden van de eeuwige lente” genoemd. Tenerife, Lanzarote en Fuerteventura had ik al gezien, bleef dus Gran Canaria over.

In mijn zoektocht om ter plekke te kunnen rijden en zo de lange motorwinterslaap wat te verzachten, kwam ik uit bij Canary Motorcycle Tours. Martin en Joy, een Engels koppel, bieden al 7 jaar begeleide motortours aan op Gran Canaria voor een prijs die slechts marginaal hoger ligt dan zelfstandig een motor huren. De toerritten gebeuren in groepen tot maximum 8 motoren.

Canary Motorcycle Tours is gebaseerd in Vecindario, een stadje aan de oostkust van Gran Canaria, op een kwartier rijden van de luchthaven. Er is een winkel-wandelstraat met de nodige cafeterias maar voorts valt er niet veel te beleven. Voor toeristische trekpleisters moet je ergens anders zijn. Boek je een pakket bij Canary Motorcycle Tours dan bieden ze je een 2-sterren- of een 4-sterrenhotel in Vecindario aan. Verblijf je ergens anders dan regelen ze ook je vervoer van en naar het hotel, op voorwaarde dat het niet te ver is.

Na slechts een paar keer heen en weer mailen was alles in kannen en kruiken: drie dagen rijden met overnachtingen in het 2-sterrenhotel. Ik boekte mijn vluchten en een week later zette ik voet op Canarische bodem.

‘s Ochtends werd ik aan het hotel opgepikt door Joy. Eenmaal bij de motoren werd het papierwerk geregeld en kon ik indien nodig motorkledij lenen. De vesten, laarzen, handschoenen en helmen die ze aanbieden zagen er degelijk uit maar ik had zelf mijn motorkledij mee.

In overleg met Martin koos ik de Honda NC750X (hij heeft in totaal 8 motoren, allemaal Honda’s, waarvan ik de CB500X al in Madeira had gereden). De NC750X is volgens de algemene opvatting die ietwat saaie Lees verder

Advertenties

Op naar de Pyreneeën

Samen met motormaat Shih ben ik een tripje aan het plan naar de Pyreneeën. Eén week in juni, met de tent, alles over asfalt op een sporadisch stukje gravel na.

We hebben ons al zitten amuseren in MyRoute-app, onze plannen zien er voorlopig zo uit:

(klik hier voor de versie op Google Maps)

Op een zaterdag autostradekilometers vreten tot onder Valence, van zondag tot vrijdag onze Tournée Pyrénée en dan op anderhalve dag terug naar Belgique.

Als je baantjes, campings of andere plekken weet die we zéker niet mogen missen, alle tips zijn welkom. Zet ze even in de comments hieronder.

Vier dagen Vogezen

Na de Alpen vorige zomer zocht ik het dit jaar iets korter bij huis. Minder vrije dagen, vandaar. Op aanraden van Jan F voor de Vogezen gekozen. Die deed me ook een tip cadeau: Motorhotel & Camping La Mouche in Le Clerjus, aan de zuid-westelijke kant van de Vogezen. En van Yamaha kreeg ik een Super Ténéré mee. De review daarvan lees je hier.

Ook dit jaar ging ik solo op reis. Komt ervan om lastminute reisplannen te maken. La Mouche had toevallig nog één kamertje vrij. 50 euro per nacht inclusief ontbijt. Bespaarde me een hoop gedoe met kampeermateriaal. Het was ’s wat anders dan in de Alpen.

Ook handig: op de site van La Mouche staan routes voor dagritten doorheen de Vogezen. Lekker makkelijk.

Dag 1: Heen

Voor de heenreis mocht de pas gekochte TomTom meteen aan de slag. Niks route vooraf uitstippelen. Vanuit Limburg de autostrade tot voorbij Luik en dan switchen naar kronkelwegen richting Vogezen. De gps leidde me via de Hoge Venen de Eiffel in. De temperatuur was nog dragelijk, geen kat op de baan, heerlijk rijden zo.

Na de oversteek van de Luxemburgs-Franse grens had ik even genoeg gekronkeld en vuurde ik de TomTom aan: snelste route naar La Mouche aub. Maar de thermometer op l’autoroute klom zo snel (piekmomentje van 40°C) dat ik na een uur weer voor kronkels door meer lommerrijke gebieden koos. Valt ook meer te zien dan op de autosnelweg natuurlijk. Behalve dan Fransen. Al die lege dorpjes, het leek wel alsof ze zich allemaal verstopt hadden.

Na bijna 10 uur onderweg en 560 km op de teller (waarvan een kleine 200 km autostrade) bereikte ik met een lege camelbak de finish. Zware dag, vooral door de hitte. Wel fantastisch gereden. Goed bezig TomTom.

Dag 2: Col de la Schlucht, Grand Ballon, Ballon de l’Alsace

Voor dag 2 koos ik de langste route van La Mouche. Die gaat langs de Col de la Schlucht, Petit en Grand Ballon en Ballon de l’Alsace.

De start was nogal in mineur. Lees verder

Voer voor bochtenvreters: de Sierra Nevada

Van valse bescheidenheid kan je Clubmot niet beschuldigen. “Minstens 1000 bochten per dag” kondigden ze voor hun reis naar de Sierra Nevada aan. Dat beloofde. Dubbel zelfs. Want in februari presenteerde Triumph er z’n nieuwe Speed Triple – een bochtenpikker pur sang – aan de Europese pers. En dus ging ik mee.

Het motto van Clubmot voor deze reis is “go your own way”. Tijdens de meet-and-greet zes weken voor afreis werd het geregeld herhaald: “Trek je plan! Wij zijn geen reisbegeleiders!”. Beetje vreemd misschien, maar ter plekke bleek dit een ideale formule. Ik had nooit het gevoel op een klassieke groepsreis te zijn en dat is maar goed ook.

Wél had Clubmot voor iedere dag twee routes voorzien. Een korte van ongeveer 240 km en een langere van minstens 300 km. En twee allroadroutes. Plus nog twee alternatieve routes. In totaal goed voor meer dan 4000 km bochtenplezier. Keuze zat om je plan mee te trekken.

Storm

Na een wel héél vroege vlucht landden we in het – toen nog – zonnige Almeria. De bus bracht ons in een half uurtje naar het hotel in Roquetas de Mar, op een steenworp van het strand. Daar stond m’n Tiger 800 XCa me al op te wachten. Die werd de voorbije week, samen met de 55 andere motoren voor 73 reizigers, hierheen gebracht. Twee vrachtwagens vol, die in amper twee weken volledig volzet waren. Van een succesformule gesproken.

Die eerste dag werd door de meesten niet meer gereden. Na de middag was het stevig beginnen waaien en tegen de avond raasde een heuse storm over het hotel. Mét gevolgen. Een van de moto’s werd omvergeblazen. Einde reis, want de gebroken schetsplaat viel niet te lassen wegens gemaakt uit een of ander exotisch gietmetaal, en wachten op een nieuw stuk zou een viertal dagen kosten. De eigenares bleef er bewonderenswaardig cool bij en speelde de rest van de week voor duo.

Rondjes op het circuit van Almeria

Na al dat onheil, eindelijk de eerste echte rijdag. Wij vertrokken met zijn vijven rond half tien. Lunchpakket meegrissen en vámonos!

Om van het hotel aan de voet van de Sierra Nevada te raken, moesten we telkens een vijftiental kilometers dwars door eindeloze serres rijden. De Costa de Almería is dé moestuin van Europa. Werkelijk de hele omgeving – zo’n 30.000 hectaren – staat bomvol plastieken serres, de grootste concentratie ter wereld. El mar de plastico zou de rest van de week bij ons minachtend bekend staan als “den plastiek”.

De route passeerde langs Oasys Park, een fictief westerndorp waar bekende films als The Good, the Bad and the Ugly werden gedraaid. Michèle, Thierry en ikzelf besloten een bezoek aan ons voorbij te laten gaan en we reden met drie verder tot we eindelijk de eerste bochten voor de wielen kregen. Met het aantal bochten stegen ook de hoogtemeters en dat was eraan te voelen. “Ga naar Zuid-Spanje,” zeiden ze. “Daar is het warm om te rijden,” zeiden ze. Mooi niet dus. De koudegolf die heel Europa in zijn greep hield was tot hier voelbaar. Gelukkig lag het er droog bij.

Om 13 uur werden de liefhebbers aan het Circuito de Almeria verwacht, de enige vaste afspraak van de hele week. Hier scheen zelfs een zonnetje. Wie dat wou kon voor 10 euro drie ronden in groep rijden over het 4,2 kilometer lange circuit. Het tempo was gezapig maar leuk was het wel. Dit doe je niet iedere dag.

Daarna reden we over de AL-102 terug richting Almeria, een schoolvoorbeeld van de Andalusische wegen: vloeiende bochten van perfect asfalt door een prachtige omgeving. Genieten! Onderweg kregen we enkele buitjes te verwerken en tijdens het laatste stuk richting hotel viel de regen met bakken uit de hemel.

La Calahorra

Voor de koninginnenrit richting Granada vertrokken we een uur vroeger. We kozen de korte rit: meer bochten en minder autostrade dan de lange. Nu, wat heet kort? Met 344 km zou het een hele kluif worden.

Opnieuw dwars door de Sierra Nevada ging het tot aan het kasteel van La Calahorra. Daar stuurde de route ons het dorp in. Maar ik had thuis gezien dat aan de andere kant een zandweg omhoogliep naar het kasteel. Dat kon ik niet laten liggen! Bij de aanvang van dit stukje offroad sloten drie medereizigers op GS’en bij ons aan. Een paar haarspeldbochtjes later konden we genieten van het prachtige zicht rondom en hadden we – op een paar lokale toeristen na – het volledige kasteel voor ons alleen. Picknicken naast de motoren en snel weer weg, vooraleer we het echt koud kregen.

Het was al na de middag toen we Granada passeerden en het wereldberoemde Alhambra lieten we dan ook aan ons voorbij gaan. Geen tijd voor een bezoek. Toen iets verder de gps aankondigde dat de volgende afslag pas na een dertigtal kilometers van onafgebroken bochten was, mocht het tempo omhoog. We zouden elkaar aan het einde wel terugzien.

Het was op de heerlijke A-4131 dat ik het stel lichten van een FZ1 gestaag Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 3)

(klik hier voor deel 2)

Dag 6, maandag 21 augustus

Start: 8u55, Camping Miravalle, Campitello di Fassa (Italië)
Finish: 17u40, Camping Presanella, Temù (Italië)
Afgelegde afstand: 285 km
Afgevinkt: Costalungopas, Mendelpas, Forcella di Brez, Stelviopas, Gaviapas
Gemiddelde snelheid: 46 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,2 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

Gisteren mocht ik bij het inchecken op Camping Miravalle niet direct betalen. “Enkel bij het uitchecken, meneer. Nee, geen uitzonderingen.” Om 8 uur is het dus file aan de receptie. Direct een serieuze vertraging van de start. Prijs voor een nacht voor 1 persoon, tent en motor: 29 (!) euro.

Ik neem afscheid van de Dolomieten met de Costalungopas. Niet zo impressionant als de passen van gisteren, maar toch een paar mooie uitzichten op weeral een joekel van een rotsformatie, en met een mooie doorsteek door de bossen.

De Mendelpas heeft een beetje vanalles in huis. Een paar haarspeldbochten, enkele fijne lange draaiers en hier en daar een stuk waar je de gaskraan ‘s flink kan opendraaien. Maar ook opletten geblazen met gevaarlijke blinde bochten, erg smalle passages en kapot asfalt. Hoe dan ook, ik kan me voorstellen dat als je in de buurt woont, dit tot je favoriete lappen asfalt behoort.

Van drukte is hier trouwens geen sprake. Dat was deze morgen wel anders. Niet enkel staan aanschuiven aan de receptie maar ook in het dorp en de daaropvolgende dorpen was het bumper aan bumper.

Op de Forcella di Brez valt opnieuw de slechte staat van het wegdek op. Dit pasje moet je niet nemen voor de uitzichten, maar het maakt veel goed met fijn bochtenwerk doorheen de bossen. Ook hier: geen kat te bespeuren.

Daarna moet ik een eentonig stuk richting Stelvio verteren. Even op de tanden bijten. Vandaag klim ik vanuit Prato allo Stelvio omhoog. Zaterdag was de zuidbeklimming niet echt moeilijk, maar vandaag is wel even anders. Het is weer wennen aan dit type haarspeldbochten, want in de Dolomieten kom je ze niet tegen aan deze frequentie en moeilijkheidsgraad. Bovendien is het superdruk op de Stelviopas. Auto’s, motoren, fietsers, bussen en zelfs één takelwagen die zich – oh ironie – heeft vastgereden in de eerste steile haarspeldbocht.

Ik moet de volle aandacht erbij houden, constant. Andere Stelvio-klimmers en -dalers nemen soms hun bocht verkeerd en brengen me daarmee in de problemen. En ja, soms is hier ook mijn eigen schuld.

Dat maakt dat de beklimming van de noordkant een pak spannender is dan de klim twee dagen geleden vanuit Bormio. Ook al omdat je hier 48 bochten op je bord krijgt, aan de zuidkant zijn er dat 14 minder. Je wordt gelukkig beloond met een sensationeel panorama.

De afdaling naar Bormio gaat erg vlot. Zo druk de bergop was, Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 2)

(klik hier voor deel 1)

Dag 4, zaterdag 19 augustus

Start: 8u35, Camping Morteratsch, Pontresina (Zwitserland)
Finish: 17u00, Camping Zögghof, San Leonardo in Passiria (Italië)
Afgelegde afstand: 350 km
Afgevinkt: Berninapas, Stelviopas, Umbrailpas, Ofenpas, Pillerhöhe, Timmelsjoch
Gemiddelde snelheid: 55 km/u
Gemiddeld verbruik: 4,9 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

Na een regennacht wil ’s morgens zowaar de zon even doorbreken. Snel de natte tent inpakken en wegwezen, want de weersvoorspellingen beloven nog steeds niet veel goeds. M’n Aldi-tentje van 30 euro heeft na twintig jaar duidelijk z’n beste tijd gehad. De naden beginnen te lekken en ook het grondzeil sloeg vannacht lek. Tijd dat ik naar een nieuwe tent uitkijk. En hopen dat de volgende nacht droog blijft.

Maar goed, we gaan geen tent shoppen vandaag, we gaan rijden. Eerst het stukje Berninapas dat niet in m’n oorspronkelijke route zat. De bergen spelen verstoppertje achter het wolkendek en laten zich maar af en toe zien. Ik maal er niet om, het zicht op de baan is goed, er is nul verkeer, fijn rijden zo.

De lange afdaling van de Bernina steekt de Zwitsers-Italiaanse grens over en eindigt in Tirano, waar het opvallend druk is. Op naar Bormio via een slaapverwekkende verbinding, tenzij je tunnelfobie hebt. Kilometers en kilometers van dat.

Vandaag doe ik de zuidelijke kant van de Stelviopas en buig dan af naar de Umbrailpas. Het is zaterdag, dus ik verwacht veel volk op deze beroemde pas, vandaar ook dat ik mijn oorspronkelijke route – waarbij ik de Stelvio op zondag zou trotseren – heb aangepast: maandag zal ik pas de volledige Stelviopas, van noord tot zuid, trotseren. Hopend dat de drukte dan minder is.

Toch valt de toestroom op de Stelviopas vandaag goed mee. Ik moet geregeld een auto voorbijsteken omdat het tempo in de haarspeldbochten anders vervelend traag is, maar al bij al had ik meer verkeer verwacht.

De Stelvio verdient z’n bekendheid zonder meer, ja zelfs de iets minder bekende zuidelijke kant. Heerlijke reeks kronkels met een Lees verder

Alpentrip 2017: het verslag (deel 1)

Na de Alpentrip van vorig jaar besloot ik deze zomer terug Alpenwaarts te trekken. Maar geen offroad deze keer. Het plan: in een week tijd een dertigtal Alpenpassen rijden in Zwitserland, Oostenrijk en Italië, afsluiten met een paar dagen dolce far niente aan het Gardameer en dan terug naar huis.

Gezien deze trip een lastminutebeslissing was, kreeg ik geen medereizigers opgetrommeld. Going solo dus.

De route stippelde ik vooraf uit in MyRoute-app. Eerste keer dat ik dat deed. Kruipt flink wat tijd in als je het probeert een beetje goed te doen. Een gps heb ik nog altijd niet maar gelukkig kon ik een gloednieuwe TomTom Rider 450 lenen van Triumph. Oh ja, aan die gps hing een Tiger Explorer XRt vast. Kon ik moeilijk over klagen. De review van de Explorer vind je hier.

Dag 1, woensdag 16 augustus

Start: 8u00, thuis, Limburg (België)
Finish: 16u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 711 km
Gemiddelde snelheid: 105 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,9 l/100 km

’s Morgens vertrek ik aan 20 graden. Ik kan goed doorrijden, zelden druk verkeer. Rond 14u geeft het dashboard al 30 graden aan. Even dat doorwaaipak aantrekken dat ik gelukkig meeheb. In totaal vier korte stops (tanken, snelle hap, wc en go). En de Tiger Explorer, die doet dat goed. Verder weinig te vertellen over deze autostrade-etappe.

De camping dan. Camping International Giswil ligt aan het Sarnermeer. Even na vieren meld ik me er aan. Je kan proberen een plekje met zicht op het meer te bemachtigen maar dan moet je er de stenige ondergrond bijnemen. De plaatsen met een minder fotogeniek uitzicht hebben meestal een grasondergrond. Het sanitair is zeer zuiver. Van het aanbod in het winkeltje ga je je buikje moeilijk rond krijgen dus zorg dat je geshopt hebt. Wil je niet zelf de kok uithangen, dan kan je in het cafetaria warm eten. Prijs voor een nacht voor 1 persoon, tent en motor: 24,50 CHF. Douchen aan 0,50 CHF per drie minuten, tenzij je van koude douches houdt, die zijn gratis. Gratis plonsje in het meer behoort ook tot de mogelijkheden. De wifi is gratis en traag, te vinden in de buurt van het hoofdgebouw. Mobiel internet? Zwitserland behoort niet tot de EU, dus Proximus sms’t me: “Surfen meneer? Kost 14,52 euro per MB.” Slik.

Twee Britten slaan hun tent naast mij op. De ene rijdt op een oude Transalp, de andere op een nieuwe Africa Twin. Ze zijn nog maar half van hun motor afgestapt of – PSSCHT! – daar gaan de bierblikjes al open. Ze hebben een dag door het Zwarte Woud getoerd. Morgen staat een reeks Alpenpassen op hun programma, daarna rijden ze naar Turijn, via Bordeaux naar de Franse kust en dan terug omhoog. Trip van drie weken. Sympathieke gasten.

Aan de andere kant van mijn tent: een Franse familie met één huilbaby en één moeder die enkel op volume 11 kan spreken. “ZOÉ, PURÉE QUOI! ÇA SUFFIT MAINTENANT! ARRÊTE!”

Dag 2, donderdag 17 augustus

Start: 9u15, Camping International Giswil, Giswil (Zwitserland)
Finish: 17u15, Camping Al Censo, Claro (Zwitserland)
Afgelegde afstand: 311 km
Afgevinkt: Sustenpas, Furkapas, Grimselpas, Nufenenpas, Tremolapas, Gotthardpas, Oberalppas en Lukmanierpas
Gemiddelde snelheid: 51 km/u
Gemiddeld verbruik: 5,0 l/100 km
Bekijk de route op Google Maps.

De zon is er vroeg bij en ik sta al in het zweet tegen dat de Explorer terug bepakt is. De thermometer zal straks weer vlot tot 25 klimmen.

Ook voor mij veel klimwerk vandaag, eindelijk. Maar liefst acht Alpenpassen op het menu. Om eerlijk te zijn, misschien wat van het goede teveel. Maar als je dan toch in de buurt bent …

Opwarmen doe ik met de Sustenpas. Wennen aan dat haarspeldbochtjes pikken. Even stoppen om te genieten van het zicht op de Steingletsjer, de riviertjes en wegen die naar het dal kronkelen, en de Steinsee die al dat gletsjerwater probeert te slikken.

Van daaruit naar de Furka- en Grimselpas. Het aandeel haarspeldbochten neemt gestaag toe. Zo raakt de bochtentechniek snel afgestoft. Wat al snel een beetje tegensteekt: de drukte. Erg veel motards en auto’s op de baan. Het is haast onmogelijk om te rijden op je eigen tempo of zonder achterligger in je gat.

Toch is het dikwijls smullen van de fantastische uitzichten en is het moeilijk om niet elke honderd meter te stoppen voor een foto. Vanop de Furkapas uitkijken op de Grimselpas die vanuit Gletsch naar boven klimt: wat een zicht!

Minder genieten is het als ik op de Grimselpas halt houdt en de motor beslist om even te gaan liggen. Gênant moment. Een vriendelijke Zuid-Koreaan springt direct toe om me te helpen, samen met een Duitser die zich aan de kant zet (geen motard maar een vierwieler). Samen zetten we m’n zwaar bepakte Explorer weer op z’n poten. Dat was even schrikken. De Duitser rijdt verder, de Zuid-Koreaan zegt: “Seems like you need this” en stopt me een chocoladekoekje toe. Hij vertelt over de roadtrip waaraan hij bezig is en waarvoor hij z’n auto liet overkomen: vijf maanden solo door Europa.

Terug op adem, even de schade inspecteren. Lees verder