Kort getest: BMW R 1250 GS Adventure

In de verkoopcijfers staan BMW’s dikste GS en diens grote broer, de GSA, steevast hoog in de top tien. Dat verbaast me keer op keer. Niet in de laatste plaats door de stevige aankoopprijs (daarover later meer) maar ook door de afmetingen van beide motoren. Daarbij lijkt vooral de R 1250 GS Adventure een echte mastodont. Hoog, breed en 268 kg rijklaar: da’s heel veel motorfiets voor een doorsnee persoon.

Toen BMW totaal onverwacht vroeg of ik een 1250 GSA wou testen, zei ik zonder nadenken “Ja, gerne!”. ‘t Was pas achteraf dat ik besefte dat het om die mastodont van een GSA ging. Spannend!

De GS Adventure die voor me klaarstond was er een in prachtige Style HP livrei. Naast gouden kruisspaakwielen en een rally zitbank heeft die de BMW Motorsport-kleuren en dat vind ik de mooiste versie die er is.

Vooraleer er mee te rijden duurde de introductie van alle instelmogelijkheden wel even: BMW had de motor uitgerust met zowat alle mogelijke optionele packs. Het Comfort pack bevat een verchroomde uitlaat, verwarmde handvaten en bandenspanningscontrole. In het Touring pack zit Dynamic ESA ophanging, keyless ride, navigatievoorbereiding, cruise control, mistlichten en kofferhouders voor metalen koffers. Ook het Dynamic pack zat er op en dan krijg je een quickshifter (up en down), rijmodi Pro, dagrijlicht en witte knipperlichten.

Al dat lekkers is makkelijk in te stellen via enkele knoppen op het stuur en via het bekende draaiwieltje, en is af te lezen op het prachtige standaard 6,5 inch fullcolour TFT-display. Er stond ook een SOS-knop op deze GSA, waarmee je de hulpdiensten onmiddellijk kunt verwittigen, ook als je niet zelf betrokken bent bij een ongeval.

Ik reed met de GSA naar Lees verder

Test: Triumph Speed Twin

Met de Speed Twin herintroduceert Triumph een van de meest illustere namen uit haar geschiedenis. In 1937 lanceerde Triumph de Speed Twin 5T, de eerste serie-geproduceerde 500cc parallelle twin en een voorbeeld voor vele andere twins die zouden volgen. De “new” Speed Twin past in Triumph’s rijtje modern classics mooi tussen de Street Twin en de Thruxton. De looks hebben ze duidelijk afgekeken van de Street Twin, voor de prestaties is Triumph gaan shoppen bij de Thruxton. Het resultaat moest een moderne retro motorfiets worden met de stuurkwaliteiten van een naked. Is ze dat ook gelukt?

Met de looks zit het goed. Wat een beauty! De Speed Twin oogt even klassiek als de Street Twin maar kan zijn sportieve ambities niet verstoppen: gewicht op de neus, licht naar voor gekantelde tank, hoge kont. Na nog wat beter gekeken te hebben kan ik het kwijlen maar moeilijk onderdrukken.

Het prachtige blok, met de cilinders langs alle kanten mooi zichtbaar, de ononderbroken uitlaten, de geborstelde aluminium onderdelen, en die paintjob! Al vind ik Lees verder

Test: Triumph Scrambler 1200 XE

Toen Triumph eind 2015 de nieuwe Bonneville T120 en de nieuwe Thruxton aankondigde, was dat nog maar het begin van het verhaal dat ze aan het schrijven waren met hun volledig nieuwe 1200 cc twin. De Bobber volgde in 2017, de Speedmaster in 2018, en 2019 bracht zelfs twee nieuwe modellen waarbij de parallelle tweecilinder het hart vormt: de Scrambler 1200 en de Speed Twin. Dat Triumph op veel doelgroepen mikt, daar kan je moeilijk naast kijken.

Het meest benieuwd was ik naar de Scrambler 1200. Met z’n kleinere broer, de Street Scrambler, had ik al kort kennisgemaakt tijdens een offroadtraining. Een good-looking bike, maar op onverhard kon hij me moeilijk overtuigen. Iets wat de “Street” in de benaming eigenlijk al verklapte. Bij de Scrambler 1200 treffen we geen spoor van “Street” aan in de benaming. Veelbelovend.

Laat ons direct de koe bij de horens vatten en op het zadel van de Scrambler 1200 XE springen. Inderdaad, op het zadel en niet in. Met z’n zadelhoogte van 870 mm zit je op deze Scrambler zelfs hoger dan op een Tiger 800 XCa. Niet bepaald korte-benen-vriendelijk.

Swag & hightech

Vanop dat zadel valt je blik op het dashboard en de bediening op het stuur, en dringt heel snel tot je door dat dit geen back-to-basics scrambler is. De 1200 heeft een moderne TFT-display en een hoop knopjes. Triumph hees dus een heel arsenaal technologie aan boord.

Nochtans heeft de Brit ook geen gebrek aan swag. Z’n klassieke look oogt fantastisch en de afwerking van de hele motor, inclusief het blok, is om duimen en vingers bij af te likken: verzorgd en stijlvol. Tegelijk ziet de Scrambler 1200 XE er stoer en erg offroad-ready uit.

Zoals we vaker zien bij Triumph is de Scrambler 1200 Lees verder

Test: Benelli TRK 502

Benelli kent een bewogen geschiedenis. In 1911 opende mama Benelli een werkplaats in Pesaro, waar haar zes zonen auto’s en motoren repareerden om brood op de plank te brengen. Vaak fabriceerden ze zelf onderdelen en in 1921 was er dan de eerste volledige Benelli motorfiets.

Tijdens WO II werd de fabriek plat gebombardeerd. De broers gaven de moed niet op en rond de helft van de vorige eeuw kende Benelli het ene sportieve succes na het andere. Hoogtepunt was het behalen van de titel in het wereldkampioenschap 250 cc met Dario Ambrosini aan het stuur.

In de jaren 60 en 70 ging het Benelli voor de wind, maar sterke Japanse concurrentie dwong het merk in 1988 op de knieën. In de jaren 90 kwam Benelli in handen van de Merloni groep en brachten ze legendarisch klinkende motoren uit als de Tornado en de TnT 1130. Maar opnieuw was het succes niet van blijvende duur.

In 2005 werd Benelli overgenomen door de Chinese groep Qianjiang en werd het even stil. Bij ons althans, er werd gefocust op groeimarkten als India en zelfs Iran. Op de EICMA in 2015 stelde Benelli dan de Leoncini en de TRK 502 voor. Het begin van de wederopstanding?

Kleine ADV

De Benelli TRK 502 is een middenklasse adventure bike die eruit ziet als een grote adventure bike: hij heeft stoere looks, is breed gebouwd en staat hoog op de poten, met een dubbele koplamp boven de typische snavel en uitstekende valbaren (ze steken uit, de kwaliteit heb ik gelukkig niet getest).

Voor spaakwielen en een 19 inch voorwiel moet je bij de TRK 502 X zijn, de gewone TRK heeft 17 inch wielen en is daardoor veel meer baangericht. Met die laatste ging ik vier dagen naar de Eifel en Moezel om te zien of de Benelli TRK 502 een waardig alternatief kan zijn voor de bekendere adventure motoren.

Ergonomie

Het eerste wat opvalt is het raar gevormde Lees verder

Test: Harley-Davidson Iron 1200

Dat Harley-Davidson de laatste jaren haar gamma aan het verbreden is om een ruimer publiek te verleiden, daar kan je moeilijk naast kijken. De meest spraakmakende modellen die Harley binnenkort zal lanceren zijn de elektrische LiveWire (in september van dit jaar al!) en een adventure bike die pas volgend jaar op de markt komt maar nu al voor behoorlijk wat controverse zorgt. Twee motoren die je gerust in de categorie “speciallekes” mag onderbrengen.

Gelukkig verliest Harley bij haar verbredingsbeweging de beginnende motard niet uit het oog. Bewijs daarvan is het 750-blok dat in 2015 geïntroduceerd werd, eerst in de Street 750 en later de Street Rod.

De lichtste Harley is echter niet altijd de eerste keuze van een beginner, en daarom hebben de Amerikanen dit jaar hun Sportster-gamma uitgebreid met de Iron 1200. Inderdaad, een stevig 1202 cc blok, maar wél in het ranke lijf van de Iron 883. En de prijs is maar een fractie meer dan de 883: de Iron 1200 heeft een vanafprijs van 11.400 euro (BE) / 13.200 euro (NL) terwijl je met een nieuwe Iron 883 rijdt vanaf 10.965 euro (BE) / 12.500 euro (NL).

Is die grotere tweecilinder dan niet teveel van het goeie voor een beginner? Wel, de Iron 883 vond ik een leuke opstapper met een aangenaam blokje dat evenwel wat opwinding miste. De Iron 1200 wil dat euvel verhelpen. De nieuweling levert 96 Nm koppel en 66 pk terwijl je het op de 883 met 70 Nm en 52 pk moet stellen. Motorisch een beduidende upgrade dus, maar verder bespeur je weinig verschillen tussen beide motoren: frame, ophanging en remmen bleven ongewijzigd.

De zitpositie is typisch Harley en vraagt enige gewenning als Harley-rijden nieuw voor je is: de voetsteuntjes breed geplaatst, de benen wijd. Het mini-apehangerstuur is niet bepaald laag, maar zeker niet te hoog om vermoeiend of onhandig te worden. Meer zelfs, het stuur zorgt ervoor dat je aangenaam rechtop zit, en doordat het redelijk in je blikveld komt, wordt de Iron 1200 een opvallend handige filefilteraar.

Toch kan je het comfort niet Lees verder

Test: BMW R 1250 R

Een BMW line-up zonder boxers? Ondenkbaar. Het typische beeld van de twee stevige bulten is onlosmakelijk met het merk verbonden. Weinig kans dus dat BMW plannen heeft om de boxer binnenkort te begraven. Ze blijven hem alleszins doorontwikkelen. Want de concurrentie staat ook niet stil natuurlijk.

Honderd jaar na de geboorte van de M2B15, de allereerste BMW boxermotor, voegt BMW met de introductie van de gloednieuwe 1250-tweecilinder opnieuw een hoofdstuk toe aan haar boxerboek. Het nieuwe blok is verkrijgbaar in vier smaken: GS, RT, RS en R. Met die laatste ervaar je de flattwin in z’n meest pure vorm.

Hop, op de VVT-trein

De laatste 1200-boxer dateert van 2013 en met de ontwikkeling van het nieuwe 1250-blok ging het BMW in de eerste plaats om meer poeier onderin. De cilinderinhoud steeg van 1.170 naar 1.254 cc, de paardenstal werd uitgebreid van 125 naar 136 stuks, en de koppelpiek klom van 125 Nm (bij 6.500 toeren) naar 143 Nm (bij 6.250 toeren).

Bovenop die straffere cijfers debuteert BMW in dit blok met de ShiftCam-technologie, in gewonemensentaal variabele kleptiming genoemd. Terwijl sommige merken al jàren deze techniek toepassen, Lees verder

Test: Yamaha Tracer 700 GT

Als ik “sporttourer” zeg, is de kans groot dat je denkt aan gespierde knallers à la KTM 1290 Super Duke GT of BMW S 1000 XR, of aan ietwat lompere langeafstandsmalers zoals de FJR1300 of de GSX1250FA.

Hard gaan is geen probleem voor die beestjes, maar lichtvoetigheid is een ander paar mouwen. Enter de Yamaha Tracer 700 GT.

De Yamaha MT-07 is intussen al een paar jaartjes een gesmaakt model, waarop Yamaha slim verder breit. Van de XSR700 was ik in 2016 al helemaal weg, en nu krijgt de (al redelijk tourgerichte) Tracer 700 een (nog meer) tourgerichte variant: de Tracer 700 GT.

De Japanners maakten het zich makkelijk en hielden het op een simpele upgrade: neem een standaard Tracer 700, ruil het windscherm voor een rianter exemplaar, vervang het zadel door een comfortzadel en hang er twee zijkoffers aan. Klaar. Meerprijs t.o.v. de Tracer 700: 700 euro, waarmee het totaal op 8.899 euro (BE) en 10.499 euro (NL) komt. Aantrekkelijk prijskaartje. Maar is die GT-stempel niet te veelbelovend?

Spring op het comfortzadel en je merkt direct dat de Tracer 700 GT geen imposante of overweldigende eerste indruk maakt, zoals de dikke sporttourers van de intro dat wél doen. De Tracer voelt compact en zeer hanteerbaar aan. De zit is met 835 mm niet hoogpoter-hoog, maar Lees verder