Test: Triumph Street Cup

De Modern Classics-lijn van Triumph neemt tegenwoordig zo’n proporties aan, dat je er haast keuzestress van zou krijgen. Zeker met alle personalisatiemogelijkheden erbij. Grosso modo kan je de classics opdelen in twee groepen: de 900 cc- en de 1200 cc-modellen. De oerclassic van Triumph, de Bonneville, vind je in beide groepen terug, terwijl de Thruxton bij de laatste update een 1200 cc-blok kreeg. Sta je niet direct te springen om straffere prestaties (én een hoger prijskaartje) maar zoek je wél een sportief en tegelijk klassiek ogende Triumph? Wat dacht je van de Street Cup?

De Triumph Street Cup is het caféracerbroertje van de Street Twin, die op zijn beurt een Bonneville T100 in moderner jasje is. Al bij de eerste oogopslag scoort de Street Cup, dankzij z’n mooie afwerking. Zeer verzorgd motorblok, proper weggewerkte kabels, leuke details zoals logootjes, pinstriping en metalen voetsteuntjes. Verkrijgbaar vanaf 10.680 euro (in België, Nederland: 11.700 euro) in twee kleurcombinaties: knap geel-grijs of ietwat saai grijs-zwart. Hoewel die saaiheid best meeviel toen ik m’n testexemplaar in levende lijve zag. Vooral het metallic grijs glanst erg mooi.

De 900 cc paralleltwin levert 55 pk en 80 Nm. Daarmee zal je op het terras geen verblufte reacties uitlokken. De koppelpiek bereik je echter al op 3.230 toeren waardoor het blok pittiger is dan je zou voorspellen. Met een flukse draai aan de ride-by-wire gaskraan schiet je lekker weg. Doorwinterde rijders moeten absoluut geen gebrek aan animo vrezen. Tegelijk verloopt de vermogensafgifte heel soepel en vriendelijk, wat beginnende motards dan weer op hun gemak stelt.

De tellerpartij houdt het klassiek: twee analoge meters voor snelheid en toerental. In elk ervan zit een kleine digitale display voor onder meer resterende actieradius, triptellers, gekozen versnelling en verbruik.

Met z’n sportieve uiterlijk, het aflopende stuur en de naar voor gebogen zithouding zou je geneigd zijn de Street Cup sportief te rijden. Daartoe leent hij zich maar in beperkte mate. Het blok zou wel willen, maar het is de ophanging die dreigt af te haken als het snedig wordt. Vooral de dubbele schokbrekers achteraan creëren onrust, en de stabiliteit daalt snel.

Hetzelfde verhaal geldt voor de remmen. De enkele remschijf vooraan volstaat prima in rustige situaties, maar net als de ophanging dreigt hij tekort te schieten als het wat extremer wordt. Alle ankers uitgooien voor een noodstop? Op zich geen probleem voor de Street Cup, maar de nervositeit die dan ontstaat kan je moeilijk negeren. Abs is gelukkig standaard, net als tractiecontrole.

Maar kom, wil je sportief rijden én klassieke looks, dan kijk je wellicht beter naar de Thruxton. De Street Cup is er in de eerste plaats om te genieten van fijne ritjes. En met deze Engelsman lukt dat without a single doubt. De dubbele uitlaat produceert een heerlijke, diepe roffel, de vijfbak schakelt vlekkeloos en het stuurgedrag laat weinig te wensen over. Op stuurimpulsen reageert de Cup niet echt alert, en zeker in tragere en scherpere bochten heeft hij extra aansporing nodig.

De rijhouding is uiteraard sportief, maar armen en benen Lees verder

Advertenties

Offroad met de Triumph Adventure Experience

Offroad rijden met allroads zit al een paar jaar in de lift. Nochtans ziet de overgrote meerderheid van de adventurebikes nooit iets anders dan asfalt. En als je dan ’s deelneemt aan een allroadrit, dan zijn de motoren van Duitse makelij doorgaans in de meerderheid.

Triumph wil daarom het offroadkarakter van z’n allroads meer profileren. Dat de Triumph allroads ook op onverhard hun mannetje staan, mocht ik zelf al ervaren met de Tiger 800 in de Alpen. Om meer Tiger- en Scrambler-rijders zover te krijgen om ook eens te proeven van offroad rijden, start Triumph dit jaar met de Triumph Adventure Experience.

De Triumph Adventure Experience biedt dagopleidingen aan op drie plaatsen in de Benelux, telkens in samenwerking met een lokale partner: Motokhana in Vlaanderen, de Richard Hubin Racing School voor de Waalse klanten en Experience Island in Nederland.

Er zitten drie opleidingen in het aanbod: basis, gevorderd en slip & drift. Die kosten 150 euro inclusief lunch. Deelnemen kan met je eigen motor en dat moet – opmerkelijk! – niet per se een Triumph zijn. Een motor huren kan ook. Triumph voorziet hiervoor de Tiger 1200 (140 euro voor een dag), Tiger 800 en Street Scrambler (beide 120 euro voor een dag). Als je huurmotor schade zou oplopen, dan zorgt het franchisebedrag van 500 euro ervoor dat de schade in je portemonnee beperkt blijft.

Triumph nodigde me uit op de persdag van de Triumph Adventure Experience. In één dag zouden we kennismaken met enkele facetten van de verschillende opleidingen, en dat op een Triumph allroad naar keuze. Place to be: Circuit Zolder, waar Motokhana over een mooi offroadterrein beschikt.

Motokhana kiest ervoor – net als de andere twee Triumph Adventure Experience opleidingscentra – om maximaal 5 deelnemers per instructeur toe te laten. Dat kleine aantal komt de persoonlijke begeleiding uiteraard alleen maar ten goede.

Bert en Jeroen, de twee Motokhana instructeurs die onze groep begeleidden, werken doorheen de dag altijd volgens hetzelfde principe. Eerst leggen ze een Lees verder

Top 3 favoriete testmotoren 2017

Welke testmotoren me dit jaar het meest bevielen? Hier zijn m’n drie favoriete testmotoren van 2017.

3. Ducati Multistrada 950

De strijd om de derde plek was hevig. Zware battle tussen de Yamaha Tracer 900, de Triumph Tiger Explorer XRt en de Ducati Multistrada 950. De Tracer schittert met z’n fijne driecilinder en speelse rijkarakter, terwijl de Tiger Explorer je inpakt met comfort en technologie.

Maar het is de Multistrada 950 die de bronzen plak pakt, gewoon omdat hij zich mooi tussen de twee bevindt. Niet de meest speelse, niet de meest comfortabele, maar wel een pittig, perfect handelbaar motorblok, knappe looks, een zeer uitgebalanceerd rijgevoel en goede wendbaarheid. Als twee honden vechten om een been …

Het testverslag van de Ducati Multistrada 950 vind je hier.

2. BMW R 1200 GS Rallye

Al jarenlang is de 1200 GS een van de zoetste broodjes in de motorentoonbank. Dat heeft gevolgen. Je ziet ‘m overal en dan jaag je al eens mensen tegen je in het harnas. “Saai! Eenheidsworst!” roepen ze dan. “Iets waarmee iedereen rijdt, dat moet ik niet. Ik wil uniek zijn!”

Lees verder

Test: Triumph Street Triple RS

In 2014 was de Street Triple een van m’n favoriete testmotoren van dat jaar. Drie jaar later is hij nog steeds een van m’n favoriete testmotoren tout court. Dus toen Triumph een grondige update van deze pittige naked onthulde, stond ik te popelen om dat nieuwe speelgoed te proberen.

De nieuwe Street Triple verschilt geen klein beetje van z’n voorganger. Het driecilinderblok werd grondig vernieuwd en kreeg een grotere longinhoud: van 675 cc naar 765. De gaskraan wordt vanaf nu bediend via ride-by-wire. Tractiecontrole krijg je standaard. En ook z’n uiterlijk werd bijgeschaafd. De dubbele vijfhoekige koplamp van het vorige model, die de Street-fans van het eerste uur nogal kritisch onthaalden, werd lichtjes afgerond. Ziet er in mijn ogen een pak beter uit. Alleen het kontje vind ik wat karakterloos in vergelijking met z’n markante kop.

Drie maal triple

Wie een Street gaat shoppen, krijgt mogelijk met keuzestress te maken want: drie uitrustingsniveaus om te wikken en te wegen. Te beginnen met de S, de instapversie. 113 pk, wat 7 hengsten meer is dan de vorige generatie. De lcd-display van de vorige Street kreeg een upgrade, en met Road en Rain beperkt Triumph de rijmodikeuzestress tot twee. Prijs: 9.380 euro in België en 10.500 euro in Nederland.

Een flinke stap hoger op het schavot staat de R. 118 pk en 77 Nm, wat 4 Nm meer is dan de S en 9 meer dan de voorganger. De lcd-display wordt ingeruild voor een 5” TFT-kleurendisplay, de niet-regelbare Showa SFF voorvork wordt vervangen door de volledig instelbare SF-BPF, de enkel qua voorspanning regelbare Showa monoshock achteraan maakt plaats voor een volledig instelbare, de rijmodi worden verdubbeld (Road, Rain, Sport en Rider) en aan je linkerduim verschijnt een handige joystickbutton. En de remmen zou ik nog vergeten: op de R zitten vooraan Brembo M4.32 radiale monoblocs met 4 zuigers, terwijl dat op de S Nissins met 2 zuigers zijn. De ABS is vanaf de R uitschakelbaar. En slipkoppeling, dat komt er ook nog bij. Prijs: 10.580 euro in België en 11.900 euro in Nederland.

En dan belanden we bij de topversie, de RS. De paardenstal wordt nog verder uitgebreid tot 123 pk, maar de newtonmeters blijven gelijk, hoewel ze bij de RS later vrijkomen (10.800 toeren bij de RS, 9.400 toeren bij de R). De voorvork wordt een volledig regelbare Showa BPF, achteraan zien we een Öhlins STX40 monoshock (uiteraard ook volledig instelbaar), de Brembo’s vooraan luisteren naar de naam M50. Verder krijg je er ook nog een quickshifter bovenop, een extra rijmodus (Track) en een laptimer. Prijs: 11.880 euro in België en 13.400 euro in Nederland.

Met die RS mocht ik een weekje gaan sjezen en oh, wat was het een blij weerzien. De Street Triple is nog altijd een speelse motor die je zo mak als een lammetje langs een flikkencontrole kan leiden, om 50 meter verder weg te stuiven als een op hol geslagen stier met een legertje in rood gestoken torero’s in het vizier. Om maar te zeggen, beschaafd of ultrasportief, het kan allebei.

Van stapvoets tot racen op Mettet

Traag rijden is geen evidentie met de Street, en dan bedoel ik dat het vooral van de bestuurder heel wat beheersing vraagt. Nochtans laat een stapvoetse Street zich perfect in toom houden en is de gasreactie onderin allesbehalve nerveus. Constante snelheden rond de 2.000-3.000 toeren vindt hij echter maar niks. Dan voel je ‘m schudden. En bij trage manoeuvres voel je dat z’n gewicht in de neus zit en sturen niet bepaald licht aanvoelt. Dat gevoel verdwijnt volledig van zodra de gaskraan verder open mag. En per slot van rekening koop je een Street Triple niet om traagheidsrecords te breken.

Om de sportieve kant van de nieuwe Street te ontdekken trok ik een dagje naar het circuit van Mettet (korte impressie daarvan alhier). Een vrij technisch, bochtig circuit, waar deze triple duidelijk in zijn sas was. Hij heeft Lees verder

Reistest: Triumph Tiger Explorer XRt

In 2012 had Triumph er genoeg van. “Wat die Duitsers doen, dat kunnen wij ook”, en daar was hij: de Triumph Tiger Explorer, een rechtstreekse concurrent voor de BMW R 1200 GS.

Intussen zijn we vijf jaar verder en de 2017 Explorer verschilt al danig van die eerste worp. Net als bij de Tiger 800 zijn er nu twee modellijnen: de offroadgerichte XC-modellen en de asfaltgeoriënteerde XR-modellen. Binnen elke lijn heb je de keuze uit twee uitrustingsniveaus, zodat je op vier Explorer-varianten uitkomt, plus nog ’s twee verlaagde modellen per lijn (hier allemaal te checken).

Triumph leende me een Tiger Explorer XRt, inclusief zijkoffers, tanktas en TomTom Rider 450, waarmee ik een trip van 3500 km naar de Alpen maakte (het verslag daarvan heb je nog tegoed).

Volgestouwd

De XRt is het topmodel van de asfalt-Explorers. Bijzonder compleet uitgerust met onder meer ABS en tractiecontrole (beide ook actief onder leunhoek), semi-actieve vering, cruisecontrol, verwarmde handvaten, handkappen en twee 12V-stopcontacten. Dat lijstje zit al standaard op het iets minder uitgeruste XRx-model. De XRt heeft daarbovenop nog verwarmd rijders- en duozadel, elektronisch verstelbaar tourscherm, twee extra rijmodi (Sport en Rider bovenop Road, Rain en Offroad), Hill Hold Control, bandendrukmonitor, valbaren en kofferbeugels. Prijskaartje van dat bijzonder complete pakket: 18.680 euro in België, 21.300 euro in Nederland. Koop je voor eind van deze maand een Explorer, dan krijg je er bovendien gratis aluminium zijkoffers en een TomTom Rider 450 (inclusief steuntje) bij. Cadeautje van ruim 1.200 euro.

De heenreis van m’n Alpentrip ging in één dag tot in Zwitserland. De Explorer liet zich gelden als een erg comfortabele reismotor. Ik had heel wat bepakking mee (tent, slaapzak, matje, kookgerei, kleren, noem maar op), dus naast de volgestouwde zijkoffers en tanktas had ik ook een goed gevulde roltas achterop gesjord. Extra kilo’s waarvan ik tijdens dit (hoofdzakelijk autostrade-) deel van de trip niks merkte.

Aan comfort geen gebrek

De Triumph Semi-Active Suspension (of kortweg TSAS) zit daar uiteraard voor iets tussen. Het systeem past de veervoorspanning automatisch aan aan de belading van de motor, en bovendien kan je de demping van de WP voor- en achterveer elektronisch afstellen. Comfortabel of sportief? In negen tussenstappen tik je van het ene naar het andere uiterste. In de Sportstand staat de vering hard en strak, en moet je bereid zijn klappen te verwerken. Hoe dichter je bij Comfort komt, hoe meer de vering opvangt, maar ook hoe moeilijker hij kan volgen. Daarnaast heeft de TSAS een chassisregelsysteem dat de bewegingen van de motor constant monitort en hierop reageert. Hierdoor voelt de motor steeds erg uitgebalanceerd aan. Alsof de kont plots niet meer volhangt met een hoop bagage.

Ook het elektrisch verstelbare windscherm draagt veel bij aan het hoge comfortniveau. In hoogste stand Lees verder

Fotospecial: de moto’s van het Auto & Moto Salon 2017

Enkele beelden van op het Auto & Moto Salon 2017, niet noodzakelijk in deze volgorde:

triumph-salt-lake-racer

royal-enfield-himalayan-autosalon-2017

triumph-thruxton-trackracer

motokouture-bmw-s-1000-rr

kawasaki-hp2-2017 Lees verder

5 onthullingen van EICMA 2016

EICMA beloofde dit jaar – net zoals elk jaar – een stortvloed van nieuwigheden te worden. De Euro 4-norm zit daar deze keer uiteraard voor iets tussen. Ik pik er de 5 onthullingen uit die mij persoonlijk het meest doen warm lopen, en ik kies enkel voor exemplaren die vanaf 2017 in de showroom staan. Geen spierballengerol met vage carbonkanonnen of conceptmodellen die er zo badass uitzien dat ik me afvraag hoeveel daarvan ooit de productieversie zal halen.

Wat me trouwens het meest opviel, is hoeveel merken uitpakken met lichte adventurebikes: BMW, Suzuki, Kawasaki, Honda. De lokroep van de Aziatische markt?

Maar goed, mijn 5 highlights.

ducati-multistrada-950-eicma2016

Ducati Multistrada 950

Ducati mag dan wel de 200 pk-grens doorbreken met de 215 pk sterke 1299 Superleggara en 2 nieuwe Monsters lossen, mijn oog viel vooral op de nieuwe Multistrada. Want naast de vijf 1200 versies brengt 2017 ook de Multistrada 950. Fijn nieuws. Wat laat ons eerlijk zijn, 1200 cc en 160 pk heb je niet nodig op een allroadbike als je écht offroad wil gaan. De 950 is compacter, iets lichter en hopelijk dus ook makkelijker en wendbaarder naast het asfalt. En de prijs zal natuurlijk ook lager zijn dan de 1200.

ducati-scrambler-desert-sled-eicma2016

Ducati Scrambler Desert Sled

Ook de Scramber stal breidt Ducati verder uit met 2 variaties: de Café Racer en de Desert Sled. Meest sexy van die twee vind ik de Desert Sled. En Ducati beweert bovendien dat je met deze bike perfect offroad kan. De swingarm werd herbekeken voor zwaardere klussen, de veerweg werd langer en het voorwiel werd een 19 incher.

bmw-r-ninet-urban-gs-eicma2016

BMW R nineT Urban G/S

Dacht je dat enkel Ducati goed is in variaties verzinnen van hun Scrambler? Bij BMW kennen ze er met hun R nineT ook wat van. Naast de standaard, de Scrambler, de Racer en de Pure onthulden de Duitsers in Milaan de misschien wel lekkerste R nineT: de Urban G/S. Visueel een dikke knipoog naar de legendarische 80 G/S, maar of je met de T evenveel offroadterrein de baas kan is zeer de vraag. Die Urban in de naam staat er wellicht niet voor niets. Lees verder