Kort getest: Yamaha Niken

Paar weken geleden, een berichtje van Maxxmoto. “Jean, testdag met de Niken. Goesting?” De Yamaha Niken? Dat driewielig creatuur dat online wordt uitgescholden voor Multipla der motorfietsen? En of dat ik goesting had! Want ging Yamaha echt zo’n controversiële machine op de markt brengen als ze er niet rotsvast in geloofden? En de reacties, foto’s en filmpjes na de eerste persintroductie logen er ook niet om. Ik dus, samen met een tiental andere nieuwsgierigen, naar Tubize voor een speeddate.

Hoe je het ook draait of keert, de Niken heeft een merkwaardige smoel. Niet evident om aan die drie wielen te wennen. En een beetje logisch dat mensen afknappen op basis van de looks alleen. Wie wil nu twee wielen vooraan als je een motorrijbewijs hebt? Vooroordelen aan de kant, het halfuurtje theoretische intro uitzitten en dan: rijden!

De eerste meters Lees verder

Advertenties

Vier dagen Vogezen

Na de Alpen vorige zomer zocht ik het dit jaar iets korter bij huis. Minder vrije dagen, vandaar. Op aanraden van Jan F voor de Vogezen gekozen. Die deed me ook een tip cadeau: Motorhotel & Camping La Mouche in Le Clerjus, aan de zuid-westelijke kant van de Vogezen. En van Yamaha kreeg ik een Super Ténéré mee. De review daarvan heb je nog tegoed.

Ook dit jaar ging ik solo op reis. Komt ervan om lastminute reisplannen te maken. La Mouche had toevallig nog één kamertje vrij. 50 euro per nacht inclusief ontbijt. Bespaarde me een hoop gedoe met kampeermateriaal. Het was ’s wat anders dan in de Alpen.

Ook handig: op de site van La Mouche staan routes voor dagritten doorheen de Vogezen. Lekker makkelijk.

Dag 1: Heen

Voor de heenreis mocht de pas gekochte TomTom meteen aan de slag. Niks route vooraf uitstippelen. Vanuit Limburg de autostrade tot voorbij Luik en dan switchen naar kronkelwegen richting Vogezen. De gps leidde me via de Hoge Venen de Eiffel in. De temperatuur was nog dragelijk, geen kat op de baan, heerlijk rijden zo.

Na de oversteek van de Luxemburgs-Franse grens had ik even genoeg gekronkeld en vuurde ik de TomTom aan: snelste route naar La Mouche aub. Maar de thermometer op l’autoroute klom zo snel (piekmomentje van 40°C) dat ik na een uur weer voor kronkels door meer lommerrijke gebieden koos. Valt ook meer te zien dan op de autosnelweg natuurlijk. Behalve dan Fransen. Al die lege dorpjes, het leek wel alsof ze zich allemaal verstopt hadden.

Na bijna 10 uur onderweg en 560 km op de teller (waarvan een kleine 200 km autostrade) bereikte ik met een lege camelbak de finish. Zware dag, vooral door de hitte. Wel fantastisch gereden. Goed bezig TomTom.

Dag 2: Col de la Schlucht, Grand Ballon, Ballon de l’Alsace

Voor dag 2 koos ik de langste route van La Mouche. Die gaat langs de Col de la Schlucht, Petit en Grand Ballon en Ballon de l’Alsace.

De start was nogal in mineur. Lees verder

Endurofun Midzomerrit 2018

Het was alweer even geleden dat ik met Endurofun meereed. Van de Alpenreis in 2016 om precies te zijn. Afgelopen zaterdag stonden de sterren eindelijk nog eens goed. Kon ik die Anakee Wilds ook ‘s gebruiken waarvoor ze dienen.

De Midzomerrit van Endurofun is anders van aanpak dan hun Lente- en Herfstritten. Geen vertrek ‘s morgens, maar ‘s middags na een broodjeslunch. En na de rit een avondmaal en mogelijkheid om te overnachten. Locatie: in de boomgaard van een Rummense fruitboer.

Naast allroads en enduro’s kunnen ook 4×4’s deelnemen aan de Midzomerrit. Die krijgen allemaal aparte routes, voor de allroads zijn er zelfs vier routes: soft, medium, nuts en hardcore.

Ik sloot aan bij een groepje dat zich nuts voelde. Hugo op z’n Tiger 800, Stef met een Africa Twin en twee Nederlandse jongens (Africa Twin en CRF250L). Ikzelf op m’n 800 GS. Met die kurkdroge zomer was het natuurlijk de vraag Lees verder

Gekocht: TomTom Rider 550

Het verbaast sommigen blijkbaar, maar dit is m’n allereerste motor-gps. Nooit echt behoefte gehad om er eentje te kopen, door een combinatie van factoren. Vrienden mét gps waarmee ik meereed, testmotoren die vaak met gps uitgerust konden worden, georganiseerde ritten waarbij je gewoon de kopman volgt …

Maar ergens sluimerde het wel dat ik er ‘s eentje moest kopen. Net iets praktischer dan mijn oldschool manier.

Dus, gekocht: de TomTom Rider 550, bij Waypoint Leuven. Zitten twijfelen of ik toch niet zou gaan voor een Garmin vanwege de offroadmogelijkheden, maar na wat rondlezen op het net, mijn goeie ervaring met de Rider 450 tijdens de Alpentrip van vorig jaar, advies van vrienden met gps-ervaring en deze uitgebreide bespreking door MrGPS, toch voor de TomTom gegaan. Lange solo-offroadritten zijn toch niet direct aan mij besteed.

Volgende week maak ik een tripje naar de Vogezen, kan ik ‘m meteen uitgebreid testen.

Test: Suzuki GSX-R1000R

Wie wil heersen in het land der superbikes moet al een tijdje meer in huis hebben dan enkel een berg pk’s en een puik rijwielgedeelte. Zonder elektronica kom je er niet meer, en dus was het hoog tijd dat Suzuki hun vlaggenschip heruitvond. Vorig jaar was het zover: de volledig vernieuwde GSX-R1000 en GSX-R1000R verschenen op het strijdtoneel. Met die laatste ging ik een weekje scheuren.

Zullen we eerst even de verschillen tussen beide modellen uit de doeken doen? De Suzuki GSX-R1000 is “het basismodel”. Z’n 999,8 cc viercilinderblok huist 202 paarden en is goed voor 118 Nm bij 10.800 toeren. Variabele kleptiming? Check. Ride-by-wire met drie rijmodi? Check. Abs en hellingsgevoelige tractiecontrole? Check. Om maar een paar puntjes van z’n hele checklist op te sommen.

De checklist van de GSX-R1000R is nog iets langer, met onder meer cornering abs, launchcontrol, quickshifter, ledstrips boven de luchtinlaten en Showa Balance Free vering voor en achter. Dat jaagt de prijs een flink eind de hoogte in: 19.999 euro voor een Belgische R1000R, wat 3.000 euro meer is dan de R1000. In Nederland is het verschil iets minder groot: 22.899 versus 20.399 euro.

Of die extra R de meerprijs waard is? Let’s go for a ride. En dan merk je direct dat ook deze constructeur het tegenwoordig not done vindt om je de stuipen op het lijf te jagen. Suzuki’s racer is ultrabeheersbaar en zal je nooit verrassen met gekke bokkensprongen.

De ride-by-wire kan je instellen in drie standen, en Suzuki is er weer in geslaagd om die domweg A, B en C te noemen, in plaats van bijvoorbeeld Race, Road en Rain. Hoewel het in dit geval beter OK, Not OK en Nog Minder OK was geweest. Ik verklaar. De A setting heeft de meest lineaire vermogensafgifte. Bij B en C verschuift de vermogenscurve veel en heel veel naar rechts, waardoor de fun wordt uitgesteld. Zinloze zet van Suzuki, want de A setting is in alle omstandigheden inzetbaar, waardoor de B en C settings volslagen overbodig worden. Terzijde: de ride-by-wire heeft geen invloed op abs of tractiecontrole.

Die tractiecontrole!

De tractiecontrole doet het gelukkig beter. Uitmuntend zelfs. Je kan ‘m instellen op 10 niveaus (gedoopt 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, waarbij 1 minimaal tussenkomt en 10 maximaal). Standen 1 tot 4 zijn voor circuit bedoeld en laten enige wielspin achteraan toe, 5 tot 8 zijn voor de weg en doen vanaf een bepaalde hellingshoek de gasrespons en vermogensafgifte zachter reageren op de gashendel. En nummertje 9 en 10 zijn gericht op regenritten. De paardenstal wordt in geen enkele stand ingetoomd en – mocht je je leven beu zijn – je kan de tractiecontrole volledig uitschakelen.

Ik startte mijn testweek in stand 5 en ik heb de hele week Lees verder

Test: Moto Guzzi V7 III Special

Moto Guzzi is niet meteen het motormerk dat bij veel mensen top of mind zit. Nochtans beslaat het Italiaanse merk flink wat pagina’s in de geschiedenisboeken. Het is niet alleen de Europese motorbouwer met de langst doorlopende productie en heeft het een rijke race-achtergrond, het was ook pioneer op heel wat vlakken. Denk maar aan het integrale remsysteem, de middenbok en de achtcilindermotor.

Vorig jaar vierde de Moto Guzzi V7 z’n vijftigste verjaardag en kreeg hij een update. De Romeinse drie in z’n naam geeft al een hint: dit is de derde update van de V7-generatie die in 2012 werd geïntroduceerd. De V7 III komt in een handjevol variaties. De Rough heeft bijvoorbeeld scrambleraccenten, terwijl de Racer de sportiefste look kreeg.

Ikzelf mocht een demomotor van Garage Chris Smeyers lenen, een V7 III Special. Daar stond in de showroom trouwens een V7 III Anniversario met een prachtige chromen tank, gebouwd op 750 exemplaren ter gelegenheid van dat vijftigjarige jubileum.

De Special ademt het meeste retrosfeer uit van de V7-modellen. De oranje-grijze lijnen op tank en flankpanelen knipogen naar z’n voorlopers, de Blu Zaffiro lak ziet er heerlijk vintage uit, en de uitgekiende verhouding tussen chromen en zwarte onderdelen bewijst dat de Noord-Italiaanse designers veel smaak hebben. De lichtjes omhoog geknikte dubbele uitlaat geeft een sportieve toets. En dan zijn er nog het fraai geribbelde zadel, de mooi rondom de achterzijde van het duozadel lopende handgreep en de (hey, dat was lang geleden) ongelakte spaakvelgen. Basisprijs van de Special: 9.595 euro (België) / 10.745 euro (Nederland).

Met technologie is de V7 karig. ABS en (instelbare en uitschakelbare) tractiecontrole zijn standaard, maar dan heb je het ongeveer gehad. Wel heeft deze Guzzi Lees verder

Test: Harley-Davidson Street Rod

Choppers en zware bakken met een overdosis chrome. Als dat de eerste associaties zijn die mensen maken als ze je merknaam horen, is het misschien tijd om in actie te schieten. Zeker als je een grotere, vooral jongere doelgroep wil beginnen aanspreken.

Harley-Davidson introduceerde daarom in 2015 de Street 750. Minder zwaar, minder duur en minder cliché-Harley. Dat sloeg blijkbaar aan, want in 2017 presenteerde Harley de Street Rod. Gebaseerd op de Street 750, maar performanter en sportiever van opzet. Ik ging er een weekje mee toeren.

Baby-Harley?

De Harley-Davidson Street Rod heeft de kleinste longinhoud van de hele Harley stal. Samen met de Street 750 is hij ook de enige die onder de 10.000 euro-grens duikt (Belgische vanaf-prijs: 8.400 euro, Nederland: 9.900 euro – pre-Trumptaks).

Toch kan je de Street Rod geen Baby-Harley noemen. Echt niet. Dit is een volwassen Harley die zonder blozen naast z’n grotere broers kan gaan staan. De afwerking laat weinig te wensen over (de tiewraps doen wat cheap aan, en hier en daar mochten wat kabels properder weggewerkt zijn), de Harley logo’s zijn alomtegenwoordig (tot op de Michelin Scorcher banden toe) en voor zaken als z’n mooie, brede tank en de rode achterschokdempers vallen niet-Harley fans toch ook?

Typisch Harley dus? Nou nee, niet helemaal. De Street Rod wil sportiever zijn dan het gemiddelde Milwaukee-product. Daarom werd de Street 750 danig onder handen genomen. Te beginnen met de V-Twin. Het 749 cc blok werd flink opgepord, zodat het van 59 Nm en 57 pk naar 65 Nm en 68 pk klimt. Harley durft er daarom zelfs een High Output labeltje op plakken.

Ten opzichte van de 750 krijgt de Rod ook meer grondspeling (van 145 naar 205 mm), een hoger zadel (van 720 naar 765 mm), een ruimere hellingshoek (van 28,5 naar 37,3 graden vooraleer het linker voetsteuntje het asfalt raakt) en een scherpere balhoofdhoek (van 32 naar 27 graden). Klinkt veelbelovend? Start your engines!

En dan word je níet terug naar je kindertijd gekatapuleerd, toen je op je fiets – met een stel speelkaarten tussen de spaken – luid klepperend over straat scheurde. Nope, in tegenstelling tot eerdere Harleys die ik testte, klinkt de Street Rod nogal braafjes. So be it. Dan maar gas geven en … even zoeken waar je je voeten kwijt moet.

Ergonomie

Zoals de Harley traditie het dicteert, is het ook op de Street Rod haast onmogelijk om Lees verder